Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dijk, Warneton, Lannoy, Jaarsveld, Benschop, Polsbroek enz. de middelpunten waren. De inkomsten uit dat alles werden geschat op ongeveer 80000 Fransche schilden. Voorloopig liet hij het eigenlijke beheer nog in de handen van hen, die het tijdens zijne minderjarigheid hadden gevoerd, daar de toestand van zijn vermógen allesbehalve bevredigend mocht heeten en de eischen van zijn leven thans zeer stegen.

Koning Frans I had bij den vrede van Crépy ook het prinsdom Oranje met de verdere gedurende den nieuwen oorlog weder1 geconfisceerde bezittingen van René op Fransch gebied aan den Prins moeten teruggeven. Het waren de heerlijkheden Orpierré, Trescleous, Montbrison en Pareirie de Noveyran in Dauphiné; Cuyseaux, Varenne, Beaurepaire bij Ghalon sur Saóne en een paleis te Dyon. Deze teruggave was geschied in December 1544 en werd n Febr. 1546 nader bevestigd, maar eerst na den dood des Franschen Konings krachtens besluit van zijn opvolger, Hendrik II, konden 's Prinsen gemachtigden Sachet en De Virieu in Juli 1547 het prinsdom voor den jongen souverein in bezit nemen. Dit bezit bleef intusschen nog lang niet onaangevochten. Er kwamen ernstige moeilijkheden over de rechtspraak, die volgens een oorkonde van 1471 appel op de Fransche parlementen van Dauphiné of Provence toeliet / een hevig oproer te Oranje in 1548 kon niet dan met moeite gedempt worden en de Fransche parlementen handhaafden hunne aanspraken, waartegen 's Prinsen voogden ernstig verzet aanteekenden maar feitelijk weinig vermochten.

In verband met deze moeilijkheden over Oranje en met de in het Duitsche Rijk gerezen twisten tusschen de protestantsche vorsten en den Keizer kwam in October 1551 — zoo verhalen ons de Mémoires van den Franschen maarschalk De Vieilleville — een klein gezantschap, geleid door den paltsgraaf van Zimmern, naar Fontainebleau. Ook de de graaf van Nassau, die den jongen Oranje had medegebracht — zoo staat daar — maakte er deel van uit. Wij krijgen dan een merkwaardig en uitvoerig verhaal over hun optreden, naar wordt gezegd volgens de eigen berichten van den beroemden Franschen veldoverste, die zelf door Hendrik II met hunne ontvangst was belast. De oude graaf van Nassau — zoo verhalen ons de Mémoires — betuigde dezen o. a., dat zijn zoon had „le coeur francais" en men in diens hart, kon het opengesneden worden, een „fleur de lys" zou vinden, het wapenteeken immers van het Fransche koningshuis; ja hij ging zoo ver van te ver*

Sluiten