Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

November lag hij daar voor Atrecht. Zijn regiment werd, evenals andere, om dringende financieele redenen kort daarna ontbonden en hij keerde in den voorwinter naar Breda terug. Ook aan den veldtocht van 1553 in Artois, Henegouwen en Picardië, waar Thérouanne en Hesdin geheel verwoest werden, had hij onder den graaf van Roeulx aandeel en hij hielp den dreigenden Franschen inval, die zelfs te Brussel een paniek veroorzaakte, afweren. Hem werd toen (20 Aug.) de leiding, als „chef et capitaine", opgedragen eener bende van ordonnantie, vrijgekomen door den dood van den prins van Epinoy: een dier vaste benden, die sedert Karei den Stoute onder leiding van aanzienlijke Nederlandsche edelen een soort van staand leger uitmaakten. De compagnie telde 50 zwaargewapenden en 100 boogschutters. In den winter van 1553 op 1554 vinden wij hem weer bij zijn gemalin te Breda.

In dit laatste jaar nam hij een belangrijker plaats bij het leger in dan in de vorige veldtochten. Hij voerde thans het bevel over een afdeeling, samengesteld uit de vendels van Brederode en drie Duitsche veldoversten, van het leger van den hertog van Savoye, dat tot diep in Artois en Picardië opereerde en er verder zware verwoestingen aanrichtte. Wij vinden den Prins daar in het leger voor Hesdin. Een korte reis naar Engeland, waarvan wij verder geen bijzonderheden kennen, brak het rustige winterverblijf te Breda af.

Belangrijker was zijn militaire werkzaamheid in het volgende jaar, toen hij, bij afwezigheid van Savoye, den 22*ten Juli door den Keizer bij hooge gunst werd benoemd tot kapitein-generaal van het geheele bij Givet verzamelde leger, nadat de in het voorjaar aangewezen bevelhebber, de beroemde Maarten van Rossum, in het kamp zelf aan de pest overleden was. Deze benoeming was des te eervoller, omdat daarbij de graven van Boussu, Lalaing, Aremberg, Megen, Egmond e. a. werden voorbijgegaan, al waren zij allen ouder en hadden zij meer ervaring van krijgszaken dan hij. Hij stond er tegenover niemand minder dan den Franschen maarschalk St. André en den beroemden admiraal de Coligny. Voor dit aanzienlijke leger, dat, behalve een sterke Spaansche afdeeling onder Fernando de Lannoy, 4700 ruiters en omstreeks 10000 voetknechten telde, had hij zelf 2000 Duitsche en 1000 Waalsche ruiters en 1000 landsknechten geworven; een graaf van Nassau, waarschijnlijk graaf Johan, voerde er het bevel over 10 Duitsche vendels.

Sluiten