Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Prins zelf begon ïn Februari 1560 voorzichtig bij den Koning te informeeren, of deze ook iets had tegen zijn voornemen. Hij betuigde daarbij ernstig gedacht te hebben aan het verschil van godsdienst, maar meldde tevens niet geheel naar waarheid, dat de verwanten der prinses „remirent le tout a ma volonté et discrétion" en dat de Koning gerust kon zijn, dat hij zich zou „gouverner a son contentement, ne aiant chose que j'ay tant pour recommandé que nostre vraye religion catholique". Hij wees er verder op, van hoe groot belang deze ver¬

bintenis kon worden voor 's Konings betrekkingen met de Duitsche vorsten, die hij, Oranje, zou kunnen „guyder en toute occurrence selon son service" en „réduire et entretenir en toute bonne dévotion et amitié envers Vostre Majesté". De Koning antwoordde vriendelijk, maar verklaarde eerst het gevoelen van landvoogdes Margaretha te willen nemen; hij verzocht deze tegelijk met Granvelle en Viglius, hare door hem meest vertrouwde raadgevers, te willen overleggen en, als er bij hen eenig bezwaar was ten opzichte der religie, den Prins van zijn voornemen terug te brengen.

Granvelle was verbaasd, dat'de Prins Philips de Grootmoedige,

de zaak niet eerst bij de landvoogdes landgraaf van Hessen,

ter sprake had gebracht en schreef den Naar een anonieme prent.

Koning, dat er naar zijn meening weinig voordeel voor den staat in het huwelijk lag, ofschoon hij Oranje's godsdienstige gezindheid nooit gewantrouwd had. Bovendien moest ook hij, in overeenstemming met Philips' opvatting van het verdrag van 1548, geheel afkeerig van nauwe betrekkingen met het Duitsche Rijk, een Duitsch huwelijk van Oranje ongeraden vinden uit het oogpunt der Spaansche staatkunde zijns Konings. Oranje daarentegen moest zulk een huwelijk evenzeer wenschen.

Deze zelf drong bij de landvoogdes nu op spoedige toestemming aan. -Maar Margaretha en hare raadgevers, bij wie ook de Spaansche graaf

Sluiten