Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43-jarige admiraal van de Bourgondische vloot, die Philips naar Spanje had gebracht, eveneens een der aanzienlijkste Brabantsche edelen, die met de anderen vóór 1559 reeds had samengewerkt en met Granvelle weinig ingenomen was, daarentegen een goed vriend van Oranje, die herhaaldelijk op zijn slot te Weert zijn gast geweest was. Hij werd

echter niet van de zaak onderricht. De Koning, die gaarne belangrijke beslissingen placht uit te stellen, gaande „met looden voet", schreef aan de beide heeren een voorloopig bericht van ontvangst, prees hun dienstijver en beloofde de hoofdzaak te zullen beslissen en het antwoord dóór Hoorne te zullen laten weten, zoodra deze naar de Nederlanden zou terugkeer en,, gelijk hij ook reeds aan Erasso had gezegd. Toen echter Hoorne in December werkelijk terugkwam, bracht hij geen koninklijk schrijven mede; de Koning had hem ook toen nog zelfs

Philips van Montmorency, graaf van Hoorne. geen kennis gegeven van Naar een miniatuur te Chantilly. - den immers geheimen

brief der beide heeren. Hij werd op aanwijzing des Konings, die meende hem overgehaald te hebben tot zijn zijde, aanstonds in den Raad van State benoemd.

Philips was volstrekt niet gezind om de verlangens der beide heeren te bevredigen. Integendeel, juist in hetzelfde najaar zond hij zijn staatssecretaris voor Nederlandsche zaken, Courteville, over Parijs naar Brussel ten einde aan Margaretha, Granvelle en Viglius in diep geheim

Sluiten