Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn plan mede te deelen om een nieuwen oorlog van de Nederlanden uit tegen Franrijk te beginnen. Het doel van dien oorlog zou zijn er de hugenootsche ketterij te onderdrukken met hulp der Guises, die na den vroegen dood van koning Frans II tegenover de Hugenoten tijdelijk het onderspit hadden moeten delven, wegens de listige politiek van de koningin-moeder, Catharina de Medicis.

Het plan moest voorzichtig in den Raad van State worden gebracht. Het werd er slecht ontvangen. Ook Granvelle. was er, wegens den toestand des lands, dat zich volstrekt nog niet hersteld had uit de schade van den vorigen oorlog, niet over te spreken en de omstandigheden in Frankrijk veranderden ■weldra weder. 'Oranje intusschen had er met kracht op gewezen, dat men de benden van ordonnantie niet zonder toestemming der Staten-Generaal voor buitenlandschen krijgs1 dienst mocht gebruiken.

Hoorne voldeed niet aan 's Konings verwachting. Nauwelijks teruggekeerd, werd hij door Oranje en Egmond over-hun -brief ingelicht en schreef toen zelf een heftigen brief aan den Koning, Waarin -hij Granvelle's staatsbeleid in het algemeen op zijn ronde, ietwat ruwe'wijze vinnig aanviel. Granvelle, zeide hij ronduit, was niet bekwaam genoeg om de leiding der zaken te behouden; Daarentegen schreef Margaretha, thans door den Koning omtrent den- brief-der heeren ingelicht, tot verdediging van den kardinaal een warmen'brief, waarin zij de eerzucht der briefschrijvers ten scherpste hekelde; zij stelde zich geheel aaif Granvelle's zijde in zijn opvatting omtrent wat de Raad van State mocht-weten van de staatszaken en beroemde er zich op, dat zij Oranje „nuper" had uitgesloten van de beraadslaging over de vernieuwing van de regeering te Antwerpen, waarbij «hij, als burggraaf,- evenals- zijn voorgangers altijd - de vertegenwoordiger der landsheeren was geweest. Granvelle zelf, ook ingelicht, waarschuwde den Koning tegen de intriges van Oranje en Egmond, aangezet door „bedriegelijke babbelaars", met welke aanduiding hij op Renard zinspeelde.

Zoo was de strijd der Grooten tegen Granvelle begonnen, maar de Koning stond achter dezen en schreef in Februari 1562 aan Oranje en Bergen, dat hij in de zaak der bisdommen verder geen verzet verwachtte. Hij was te meer ontstemd, omdat de Staten van Brabant zelfs een gezantschap over deze zaak naar Madrid hadden gezonden. De Grooten gaven echter niet toe en kwamen in het voorjaar van

Sluiten