Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diplomaat trachtte wederom aan de reis te ontkomen maar ging ten slotte in het najaar van 1564 met een aanbeveling van de landvoogdes op weg, vergezeld door de zegenwenschen der Grooten, die hem plechtig uitgeleide deden. Hij .is negen jaar lang in halve gevangenschap in Spanje opgehouden en er in 1573 gestorven.

Onder de zaken, die thans in de Nederlanden vielen te regelen, behoorde ook de voorgenomen „incorporatie" van drie rijke Brabantsche abdijen: Afflighem, St. Bernard en Tongerloo, in de drie nieuwe Brabantsche bisdommen, waartegen de Grooten, de Staten van Brabant en vooral de abten van de groote abdijen zelf zich krachtig hadden verzet. De Koning en Granvelle hadden deze incorporatie noodig geacht tot verzorging der inkomsten van de bisschoppen, maar Oranje leidde thans de oplossing dezer kwestie in tegenovergestelden zin en de Koning was in. Juli 1564 genoodzaakt het plan op te geven tegen de betrekkelijk. geringe rente van 8000 gulden, door de drie abdijen jaarlijks te betalen, terwijl de abtskeuze er op de oude wijze zou geregeld worden. Maar daarbij bleef het niet. De Staten van Brabant, die, uit vrees voor inquisitoriale maatregelen, de nieuwe bisdommen niet begeerden, deden onder leiding der eveneens gezinde Grooten hun best om de feitelijke invoering daarvan voorgoed te stuiten en slaagden er aanvankelijk in deze te beletten, zoodat nog in 1565 in Brabant niets daarvan was gekomen. En ook in andere streken, met name in het Friesche gouvernement en te Roermond, kwam van de invoering voorloopig weinig, terwijl de reeds aangestelde bisschoppen van Yperen, St. Omer, Namen, Atrecht, Brugge, Middelburg en Haarlem, zelfs de door Oranje sterk aanbevolen aartsbisschop van Utrecht, vrij algemeen als voor hun ambt weinig geschikt werden beschouwd.

Philips zag dit alles met verbeten ergernis aan. maar in.ieder geval verlangde hij de afkondiging in de Nederlanden van de op het concilie van Trente genomen besluiten. Doch ook in dat opzicht vond hij bij Margaretha en hare nieuwe regeering weinig medewerking, al beval hij in den zomer van 1564 de afkondiging uitdrukkelijk.

In den Raad van State zoowel als in den Geheimen Raad had dat bevel heftige discussiën ten gevolge: Oranje en Egmond waarschuwden voor de gevolgen en wezen met nadruk op het verschil van Spaansche en Nederlandsche toestanden. Men besloot eindelijk de méening van

Sluiten