Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hooge centrale en gewestelijke overheid, van de bisschoppen en van de beide universiteiten, die te Leuven en de nieuwe te Douai, in te winnen en deze adviezen den Koning toe te zenden, alvorens zijn bevel op te volgen. Eerst in het najaar kwamen de onderhandelingen met den Koning, die de afkondiging met sterken aandrang bleef eischen, wat sneller vooruit. Eerst in Juli 1565 heeft de landvoogdes de Trentsche besluiten laten afkondigen doch ook toen nog slechts met de beperkende bijvoeging, dat zij zouden gelden voorzoover zij niet streden met de rechten en de jurisdictie des Konings en dié zijner vazallen èn onderdanen.

Toonden deze dingen voldoende, dat Oranje en de zijnen geenszins 's Konings inzichten deelden en zijn kerkelijke politiek niet in de Nederlanden wenschten toe te passen, vooral wilden zij hem niet volgen in zijn wensch naar onverbiddelijke naleving der bloedplakkaten. Volk en overheden in de Nederlanden, van nature afkeerig van uiterste strengheid, begeerden integendeel matiging dier plakkaten en de Grootén steunden deze begeerte thans met alle kracht. Overal wemelde het van ketters, vooral in Holland, Zeeland, Vlaanderen, Henegouwen en Antwerpen; oproeren kwamen dikwijls voor bij de gevangenneming van verdachten of de executie van veroordeelden; in Vlaanderen trokken troepen beeldstormers door het platteland en plunderden en vernielden er kerken en kloosters; te Doornik en Valenciennes moesten tijdelijk garnizoenen wórden gevestigd om er de lagere stadsbevolking in toom te houden; te Antwerpen kwam men achter de namen van tal van daar wonende Calvinisten, zoowel onder de vreemde kooplieden als onder de burgerij; de Rederijkers speelden uit kerkelijk oogpunt bedenkelijke stukken. De Koning drong aan op scherp onderzoek omtrent deze dingen en de inquisiteur Titelman verscheen op aandrang der beide bovengenoemde geheime koninklijke agenten in Augustus 1564 te Brugge, waar hij zijn bloedig werk aanving. Maar de Staten van Vlaanderen en de overheid van Brugge protesteerden heftig en Margaretha zelve waarschuwde den Koning voor «nieuwigheden, excessen en ongeoorloofde inquisitie", tot ergernis der agenten, die voortgingen den Koning te waarschuwen en aan te zetten.

Dat Oranje in dezen tijd het eigenlijke hoofd der Brusselsche regeering was, valt niet te betwijfelen; met Egmond, Bergen, Hoorne, Montigny

Sluiten