Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•wilde Oranje niet weten van het militante Calvinisme, al was hij van meening, dat Lutheranen en Calvinisten ten slotte' ook wel te verzoenen waren; nog stond hij scherp tegenover het toch rustiger geworden geloof der Doopsgezinden, beschouwd als verwant aan de opstandige Wederdoopers; nog bleef hij, in zijn katholieke omgeving, buiten openlijke aansluiting bij de Augsburgsche Confessie. Maar wij zien hem thans het onverschillige, lichtvaardige standpunt verlaten, dat hij twee of drie jaren te voren nog had ingenomen; wij hooren hem in treffende woorden opkomen voor het goed recht eener vrome geloofsovertuiging, voor het beginsel der vrijheid van geweten. Hier is een ommekeer van beteekenis te constateeren in de denkwijze, neen in het gemoed van den man, die deze indrukwekkende woorden sprak! woorden, die van wereldbeteekenis geacht mogen wórden, het onmiskenbare geluid eener nieuwe periode in de wereldgeschiedenis zoowel als in het leven van dengene, die het deed hooren.

De rede trof de" landvoogdes, die den Raad beval over deze punten verder te beraadslagen; zij trof Viglius zóó, dat hij, naar huis terugkeerd, op den Nieuwjaarsmorgen door een beroerte werd overvallen en, in zijn spraak belemmerd, voorloopig niet meer in den Raad kon verschijnen. Bergen ontwierp toen een nieuwe instructie, die door Hopper werd geredigeerd en geheel in de richting van'Oranje's rede liep. Zij werd den zjsten Januari vastgesteld en door de landvoogdes geteekend; Egmond werd definitief als afgezant naar Spanje aangewezen.

De instructie wees op de insluiting van de Nederlanden door kettersche of half-kettersche landen, welker invloed men niet kon tegenhouden; duizenden inwoners waren reeds naar Engeland gevlucht en dreigden met een inval van daar uit; de hier gebleven ketters sloegen een hoogen toon aan tegen de justitie, die zwak en weinig eensgezind bleek; de hoogere en de lagere adel waren- nog wel te vertrouwen maar ook al ontevreden over de plakkaten, over geringe belooning van hun ijverig dienstbetoon, over verkeerde verdeeling der lasten, over de langzaamheid der rechtsbedeeling; de financiën waren geheel in de war en geldnood was aan de orde van den dag. Het eenige redmiddel scheen — zoo luidde het overeenkomstig VigBus' advies — dat de Koning zelf, volgens zijne telkens herhaalde beloften, zou overkomen om alles opnieuw te regelen en dat hij intusschen voldoende geldsommen uit Spanje overzond; of, als hij niet kwam, dat hij de land-

Sluiten