Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de oude privilegiën ook tegenover ketterij, op matiging der plakkaten, aangezien de volksstemming tegenover de uitgelekte „moderatie" zeer slecht was. Indérdaad sprak men al spoedig daarvan als |de „moorderatie", sterker nog dan de Spaansche inquisitie zelve; zij bood aan haren vertrouwden Armenteros weder naar Spanje te zenden maar Philips weigerde dit en liet haar door Perez verzekeren, dat de schijnbare afwijking tusschen Egmond's instructie en de later gezonden brieven alleen maar aan verschil van secretaris te wijten Was. Ook Egmond schreef teleurgesteld aan den Koning. Maar de Koning antwoordde nu geen van beiden meer; hij liet de landvoogdes maanden lang zonder eenig bericht gelijk hij ook Granvelle een jaar lang niet schreef.

Hij dacht er echter niet aan om de plakkaten eenigszins te matigen; integendeel, hij wenschte strenge uitvoering daarvan. En hij leende gaarne het oor aan de raadgevingen van Villavicencio en Del Canto, van wie de eerste in den zomer van 1565 naar Spanje kwam om persoonlijk den Koning voor de zwakke Margaretha en haren intrigeerenden Armenteros te waarschuwen, den terugkeer van Granvelle en 's Konings overkomst te bepleiten, op strengheid en nog eens strengheid aan te dringen. Ook luisterde Philips met instemming naar Granvelle's aanhoudende waarschuwingen tegen de door de Grooten gewenschte bestuurshervormingen. Daarentegen bleven die Grooten, met name Egmond, op hun standpunt staan, gesteund door de stemming bij volk en adel der Nederlanden, die zij steeds beter kenden.

De Koning, altijd langzaam in het besluiten, kwam er ten slotte toe eerst Villavicencio terug te zenden (begin Oct.) met krachtige aansporing aan de inquisiteurs en de orthodoxe Leuvensche theologen om te volharden bij strengheid tégenover de ketterij. Daarop volgden 20 Oct. de noodlottige brieven uit het park te Segovia, waarin hij na lange aarzeling eindelijk voor zijn eigenlijke meening uitkwam.

Deze brieven, die begin Nov. 1565 te Brussel aankwamen, waren voor het eerst duidelijk genoeg. Zij bevatten uitdrukkelijke verwerping van alle matiging, integendeel scherper optreden der inquisitie aanbevelend; zij hielden Titelman en zijn mede-inquisiteurs de hand boven het hoofd en eischten van de overheden hen te steunen en te eeren, hun arbeid krachtig te beschermen. Omtrent de bestuursverandering verklaarde hij nog niet besloten te zijn. Egmond moest wederom de

Sluiten