Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar in 1565 begonnen de zaken anders te staan. Het Calvinisme had in de Nederlanden aanzienlijke vorderingen gemaakt en de wederdoopersche neigingen in vele streken overvleugeld. Onder de burgerij had het thans vele aanhangers gevonden en maakte het steeds meer proselieten, terwijl de ook onder de eerste Calvinisten in de Nederlanden wel voorkomende anarchistische en communistische begrippen geheel werden losgelaten.

Ook de lagere adel telde reeds enkele Calvinisten, met name de gebroeders Marnix: de oudere Jan, heer van Thoulouze, en de jongere, Philips, heer van St. Aldegonde. Zij waren gesproten uit een Savoysch geslacht, waarvan een lid, Jean de Marnix, landvoogdes Margaretha van Savoye naar de Nederlanden gevolgd was. Diens zoon Jacques, bekwaam krijgskundige en inspecteur der benden van ordonnantie onder Karei V, was door zijn huwelijk in het bezit gekomen van aanzienlijke goederen in Henegouwen, waaronder St. Aldegonde. De broeders hadden op hunne omvangrijke studiereis hetzij in Italië, hetzij te Genève, waar zij in 1559 aan Calvijn's en Beza's universiteit kwamen studeeren, het Calvinisme omhelsd en in de laatste stad twee jaren lang verblijf gehouden. Als vurige Calvinisten kwamen zij, vermoedelijk op het einde van 1561, in de Nederlanden terug. Maar zij waren uitzonderingen evenals de Brusselaars Charles en Louis de Boisot, als de woeste Guillaume de la Marck, graaf van Lumey, die omstreeks dezen tijd voor het Calvinisme gewonnen waren. Onder den adel der Nederlanden vond men overigens wel mannen als Brederode, graaf Willem van den Bergh, graaf Floris van Culemborg, die tegen alle priesterheerschappij ijverden maar evenals Nicolaas de Hames, wapenheraut van het Gulden Vlies, toch meer overhelden tot het Lutheranisme of zelfs daartoe reeds waren bekeerd, al zat die bekeering bij deze heeren niet zeer diep.

De Calvinisten hadden reeds sedert omstreeks 1560 onder leiding van den te Doornik ijverig'werkzamen predikant Guy de Bray, den samensteller hunner „Confession deFoy",een geheime organisatie hunner kerken „onder het kruis" tot stand gebracht. In 1563 konden zelfs door afgevaardigden dier kerken reeds „provinciale synoden" gehouden worden, weldra „generale synoden", waarvan Antwerpen sedert herhaaldelijk de zetel was en die in den Doornikschen advokaat Gilles le Clercq een vasten secretaris hadden. Le Clercq werd het eigenlijke hoofd der calvinistische kerken, die in de voornaamste steden van

Sluiten