Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

edelen waren overgekomen om deel te nemen aan de schitterende feesten. Landvoogdes Margaretha spaarde geen kosten, tot ergernis ook van hertog Ottavio, haren echtgenoot, die daarover hooge woorden met haar kreeg. En dat juist op het oogenblik, dat 's Konings brieven haar hadden bereikt Zij verkeerde door dit alles in een toestand van zenuwachtige* opgewondenheid.

Eene week lang hield zij de brieven, die voor den Raad van State bestemd waren, geheim, daar zij er verlegen mede was. Eerst den T4den bracht zij ze in een vergadering van den Raad ter tafel. Zij verwekten er hevige ergernis. Hoorne en Bergen gaven overeenkomstig hun open karakter lucht aan hunne verontwaardiging over 's Konings dubbelzinnige, ja nog erger, zijn krankzinnige wijze van handelen; Egmond, bevreesd voor zijne vrienden, liet zich bitter uit over de diepe teleurstelling, die deze brieven bij hem hadden gewekt, en sprak er weder van zich uit de regeering en al zijn ambten te willen terugtrekken; hij uitte zijn wantrouwen zelfs tegenover de landvoogdes, die hij verdacht de Grooten te hebben misleid omtrent hare ware gezindheid en de brieven te hebben uitgelokt. Deze zelf échter dacht ernstig aan aftreden, daar zij meer en meer begreep, dat de Koning ook haar niet vertrouwde en zij tegenover hare omgeving van den laatsten tijd diens bevelen toch niet kon uitvoeren. Viglius, die, thans weder hersteld, aanvankelijk in den Raad het opvolgen van 's Konings bevelen had aangeraden, kwam weldra in den Geheimen Raad met het voorstel om de instructien der inquisiteurs wel te wijzigen maar dit te doen in den zin van matiging. Algemeen was de verlegenheid met deze heülooze geschriften.

Oranje echter wilde van zulk een uitleg van's Konings brieven niet weten. Men moest ze nemen zooals ze waren, meende hij, en ze opvolgen zonder meer. Een andere houding daartegenover was volgens hem niet aan te nemen: men wist thans, wat de Koning wilde, en hij was de Koning.

De bijeenkomsten van leden van de Liga in het begin van December werden door Oranje in dezen geest geleid en toen op de helft dier maand de Raad van State over Viglius' voorstel had te oordeelen, stelden Egmond en Hoorne, door Oranje overtuigd, zich met hem scherp daartegenover: er moest een einde komen aan alle dubbelzinnigheid, oök al zou de opstand, dien zij voorspeld hadden, het gevolg moeten

Sluiten