Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er in deze kringen toen reeds uitgelekt was omtrent den inhoud der brieven uit Segovia hadden er besprekingen plaats over de tegenover die brieven aan te nemen houding. Die besprekingen gingen uit van enkele protestantschgezinde, niet uitsluitend calvinistische edelen, onder wie echter de calvinistische gebroeders Marnix een leidende rol speelden, met name de vurige Jan van Thoulouze. Ook graaf Lodewijk en Brederode waren erin gemengd evenals Hames, Culemborg en anderen. De voorloopige besprekingen leidden op 1 of 2 December tot een bijeenkomst van ongeveer 20 edelen in het huis van Culemborg, waar, onder medewerking van den uit Antwerpen ontboden calvinistischen predikant Junius (Francois Du Jon) na prediking en gebed — dus door calvinistisch gezinden — het plan werd gevormd om een „Compromis", „Ligue" of „Confédération" naar het voorbeeld der Grumbachsche en Hugenootsche „ligues", een verbond van den adel, op te richten • tegen de Trentsche besluiten, de inquisitie en de plakkaten. Men zou trachten elders hulp te verkrijgen, met name van eenige voorname Duitsche vorsten, desnoods zelfs van de Hugenoten; twee dagen later werd het vragen dier hulp uitdrukkelijk bepaald en nog twee dagen later werd besloten ook andere edelen in zoo groot mogelijk getal tot deelneming aan het Verbond uit te noodigen.

Alles werd diep geheim gehouden, maar de inmenging van graaf Lodewijk en Brederode, de eerste 's Prinsen vertrouwde, de tweede reeds zijn trouwe volgeling, veroorlooft de onderstelling, dat Oranje, schoon volstrekt niet de uitvinder en nog veel minder de leider van het Compromis, spoedig op de hoogte is gebracht van wat er gaande was. Werkelijk was hij er toen mede bekend maar hij hechtte er zijn goedkeuring niet aan, van meening zijnde, dat deze bemoeiing van den rumoerigen adel niet was „le vray moyen pour maintenir le repos et tranquillité publique". Oranje kon dan ook later zeggen, dat het Compromis gesloten was „sans nostre aveu et sans nostre sceu". En de reden van deze afkeuring is duidelijk: de Grooten, die totnogtoe de zaak in handen hadden gehad, waren van de Calvinisten en ook van eigenlijke volksbewegingen niet gediend en evenmin erop gesteld, dat de rumoerige en lichtzinnige lagere adel een stem in het kapittel zou hebben, ja de leiding in handen zou krijgen. Dit is ook wel de beteekenis van de latere uiting van den overtuigd calvinistischen en van volksbewegingen niet afkeerigen theoloog-staatsman

Sluiten