Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samenwerking met de edelen aan. Maar aan de andere zijde wilde hij ook niet den schijn hebben tegenover de ontevredenen het gezag der landsregeering boven alles te handhaven; bijeenroeping der StatenGeneraal was en bleef zijn leus. De zaken waren nu „en toute extrémité", riep hij 9 Juli in den Raad uit. Toen de landvoogdes erover dacht zich begin Juli te begeven naar het reeds in heftige gisting verkeerende Antwerpen, wenschte zij, dat hij en Egmond er een paar dagen vroeger heen zouden gaan om de stadsregeering te vragen alle prediking te verhinderen. Oranje, die er burggraaf was, wilde wel gaan maar slechts alleen en als zoodanig, niet als „fourier" van de landvoogdes; hij zou er op eigen hand de orde handhaven en de leiding der zaken opnemen, zeide hij. Brederode verscheen er intusschen, tegen zijn wensch, met een goed getal Geuzen, die er door de bevolking zeer werden toegejuicht, en weldra vroeg de „Breede Raad" der burgerij, daarna de magistraat zelf aan de landvoogdes Oranje naar Antwerpen te zenden om de dreigende verschillen bij te leggen. De landvoogdes aarzelde maar stemde eindelijk toe en 13 Juli hield de Prins er een vorstelijken intocht, waarbij Brederode en zijn Geuzen hem ontvingen met den kreet „Vive le Gueux" en met groot vreugderumoer, dat hij, nog steeds niet geneigd om met de Calvinisten en hunne beschermers samen te gaan, scherp afkeurde.

Hij begon met er den Katholieken moed in te spreken en ging er weder ijverig naar hunne kerk, tot diepe ergernis der Protestanten, die hem reeds als een der hunnen beschouwd hadden, tot tevredenheid daarentegen van de omgeving der laadvoogdes. Hij trad er verder handig bemiddelend op en drong erop aan de prediking te staken, totdat de Staten-Generaal daarover beslist zouden hebben, wat ook de de landvoogdes goedkeurde. De Antwerpsche raad loofde hem zeer en verlangde zijn verheffing tot „superintendent" der stad; hij protesteerde tegen de openbare prediking maar wist tevens geweld daartegen te vermijden, met het gevolg dat op het einde der maand die prediking werkelijk begon te verloopen. Zelfs Morillon prees zijn gematigd optreden, dat alleen den calvinistischen ij veraars mishaagde. Zijn positie was er echter, ondanks de groote macht, die hem was toegekend in deze belangrijkste stad des lands, allesbehalve benijdenswaard en zijn bleek en mager uiterlijk gaf blijk van de groote zorgen, waaronder hij in deze dagen gebukt ging, ook nadat de landvoogdes in zijn super-

Sluiten