Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trad, terwijl op zijn kasteel te Weert zijn vrouw en zijn moeder het Calvinisme zelfs openlijk invoerden.

. Graaf Lodewijk was naar Breda gegaan om er de orde namens den Prins te herstellen en, volgens diens opdracht, zoo een goed voorbeeld te geven aan 's Prinsen nabijgelegen gouvernementen. De prediking door de Calvinisten werd er echter na het herstel dér orde en de ontruiming der kerken binnen de stad niet toegelaten, wel daarbuiten, ten einde hier, waar Oranje zich niet op buitengewone omstandigheden beroepen kon, stipt te blijven binnen de grenzen van het accoord van 23 Augustus. In Utrecht versterkte de Prins alvast het garnizoen in het Vreeburg ten einde ook daar de wanordelijkheden te doen ophouden; in Zeeland kon hij met lof spreken van de te Zierikzee bewaarde orde, terwijl daarentegen te Middelburg, gelijk te Amsterdam, het herstel daarvan veel moéite kostte en met name in de eerste stad ook weder verder werd gegaan dan het accoord luidde.

Te Antwerpen bleef de Prins nog tot in October zijn bezwaarlijke taak voortzetten, soms ongeduldig over het tegenstribbelen der landvoogdes, die hem niet vertrouwde en hem liefst uit de stad verwijderd had maar hem toch niet aandurfde, en de verdachtmaking van zijn gedrag door sommige harer raden, waartegen hij krachtig protesteerde; hij bood zelfs zijn ontslag aan, als Margaretha meende, dat een ander het beter zou doen. Zij verdacht hem thans werkelijk van plannen om met hulp der ketters zich tot heer en meester der Nederlanden te maken. Zij ontkende echter tegenover hem ten sterkste hem niet te Vertrouwen, wat blijkens hare brieven aan den Koning wel degelijk het geval was.

Het bleef intusschen nog onrustig te Antwerpen en herhaaldelijk moest Oranje persoonlijk optreden om het „canaille" in toom te houden. Maar hij wilde de stad niet verlaten, eer het er rustig was. De herhaalde aandrang uit zijn gouvernementen, door den Raad van State gesteund, om daarheen te komen en ook daar door zijn persoonlijk aanzien de orde te herstellen werd dan ook door hem beantwoord met de betuiging, dat hij zou komen, zoodra de toestand te Antwerpen het veroorloofde. Er werd zelfs in den Raad van State over gedacht om de Prinses daar te laten verblijven, terwijl de Prins naar zijn gouvernementen zou gaan, of dezen in de stad door Hoogstraten of Boussu te laten vertegenwoordigen. De landvoogdes nam intusschen op

Sluiten