Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

initiatief te nemen tot een accoord met de aanhangers der „nieuwe" reügie; ook hier verlangde men van hem, den stadhouder, een ordonnantie op zijn eigen gezag uitgevaardigd ten einde hem voorzichtiglijk de verantwoordelijkheid tegenover Koning en landvoogdes te laten. Hij gaf op i Januari 1567 aan dit verlangen toe en stelde met den president van het Hof van Holland, Suys, en den raadsheer Van der Duyn, die reeds lang te Amsterdam vertoefde en er de onderhandelingen geleid had, een ordonnantie op, die hij aan de vroedschap en vervolgens aan de drie schuttersgilden ter goedkeuring aanbood. Intusschen vroegen de Calvinisten hem reeds meer: vrijheid van geweten en godsdienstoefening, totdat de Koning en de Staten-Generaal orde op de kerkelijke zaken zouden hebben gesteld; ook verlangden nu de Lutheranen de inruiming eener kerk voor hunnen eeredienst 's Prinsen ordonnantie werd echter eindelijk door vroedschap en schutterijen goedgekeurd en 18 Januari^ uitgevaardigd. Zij bevestigde ten deele het reeds 30 Sept. van de'vroedschap afgedwongen accoord, waarbij o. a. aan de Calvinisten twee kerken waren" afgestaan, maar verbood verdere prediking in de stad, zoodra de kerk der Calvinisten buiten de wallen - gereed zou zijn; met de handhaving van orde en eensgezindheid zou, naast de schutterijen, een bende van 200 burgers onder een door den Prins aangestelden overste belast worden. Brederode verscheen er weldra om bij de besprekingen zijn tusschenkomst te verleenen -en met den Prins over zijn versterkingen te Vianen te spreken. Oranje gaf hem zelfs een stuk geschut uit zijn'eigen kasteel te Buren. Ook graaf Lodewijk kwam te Amsterdam weder bij hem om er met de afgevaardigden der calvinistische gemeenten in Holland te handelen over het plan der 3 millioenen over zijn en des Prinsen geliefdkoosd denkbeeld: overgang der Calvinisten tot de Augsburgsche Confessie — de eenige voorwaarde, waarop de Duitsche vorsten en zelfs de Keizer bereid schenen om met hem samen te werken en den Koning, hetzij door onderhandeling, hetzij zelfs met geweld, tot toegeven te dwingen. Hier in Holland,^ waar invloedrijke predikers als Cooltuyn, Jan Arentsz en andere gematigde hervormingsgezinden zich van toenadering tot de Augsburgsche Confessie niet afkeerig hadden betoond, zou misschien het groote doel der vereeniging van alle Protestanten eerder bereikt worden dan in het Zuiden.

De landvoogdes was over deze werkzaamheid van Oranje zeer wéinig

Sluiten