Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verliet hij eindelijk voorgoed Dillenburg om zich naar de reeds bij Duisburg samengetrokken troepen te begeven.

Hij zou den gastvrijen burcht zfjrier vaderen, die hem in de vijf jaren zijner ballingschap telkens weder had geherbergd, nooit meer terugzien. Hij liet er thans zijn gezin, waarin allengs zijn oudste dochter Marie de plaats der ongelukkige moeder vervulde, onder de trouwe hoede van zijn broeder, graaf Johan, en zijn*eigen bejaarde moeder, gravin Juliana. Daar hebben dus graaf Maurits en de gravinnen Anna en Emilia van Nassau hunne eerste jeugd doorgebracht te midden der talrijke kinderen van graaf Johan, dien zij als een vader vereerden, en van andere verwanten uit den omtrek, die nog steeds Juliaria's hofschool plachten te bezoeken.

De tweede groote veldtocht van den Prins in de „benaude Nederlanden", die zich nu, zooals het beroemde lied van den Tienden Penning zingt, uit „der tyrannen band en slot" zouden kunnen „helpen" met Gods hulp en die hunner eigen „rappe handen" onder leiding van Oranje, was 8 Juli niet ver van Duisburg begonnen. Hij trok toen met 13500 man voetvolk en 3000 ruiters benevens een aantal vrijwilligers en een door graaf Johan van Schauenburg oorspronkelijk voor Alva's dienst bijeengebrachte bende, in het geheel misschien 20000 man over den Rijn naar de Maas. Onder hem voerden het bevel de bekwame Ernst van Mandesloo, zijn broeder Hendrik, die de kerkelijke loopbaan had vaarwel gezegd, graaf Willem van den Bergh, de heer Van Merode van Rummen en een aantal andere Nederlandsche edelen, met wie hij tusschen Meurs en Gelder, aan de Geldersche grens, een wapenschouwing hield over het gansche leger, welks vaandels weder het „pro rege, lege, grege" voerden en de kleuren van den Prins. Hij had van zijn voornemen op een aanval op de Nederlanden den 28st™ Juni schriftelijk kennis gegeven aan keizer Maximiliaan. De Keizer antwoordde hem echter met te wijzen op de herhaaldelijk aangevangen bemiddeling bij koning Philips en bedreigde hem en zijn helpers, als zij bij hun afkeurenswaardig plan, „Deinem ungepürlichen frevel", bleven, met den rijksban wegens landvredebreuk. Blijkbaar was Schwendi's invloed op den Keizer ditmaal te kort geschoten.

De keizerlijke brief bereikte hem natuurlijk niet vroeg genoeg meer om hem tegen te houden. De berichten over den eindelijk begonnen opstand der meeste Hollandsche steden, die hij bij den aanvang van

Sluiten