Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien hij nog bij zich had kunnen houden. Graaf Lodewijk zou na zijn' herstel van Dillenburg uit trachten hulp te verkrijgen van de altijd teleurstellende Duitsche vorsten en zoo spoedig mogelijk Oranje in zijn oude gouvernementen te hulp komen. Het was een plan, aan de hanc gedaan in een pamflet van den gewezen rector Geldorp, bekend theoloog en letterkundige. Deze had gewezen op de uitstekende ligging met name van Holland aan Zeeland, geschikt voor een lange verdediging.

Oranje vertrok over Emmerik naar de IJselsteden; graaf Lodewijk ging langzaam naar Dillenburg, waar hij zich in November onder de trouwe zorg zijner moeder stelde.

De Prins had zijn broeder Johan reeds den 24sten September aangekondigd, dat hij van plan was „s'aller tenir en Hollande et Zelande et illec d'attendre ce qu'il (Dieu) luy plaira de faire*. Hij wachtte toen. niet anders dan „d'illecq faire ma sépulture" — een wanhopige stemming, die uitermate verklaarbaar was.

Ook thans was hij bitter teleurgesteld geworden in de schoonste verwachtingen en de treurige afloop ook van zijn tweeden veldtocht tegen Alva had zijn krijgsmanstalenten opnieuw ernstig in twijfel gesteld. Het was ook thans duidelijk gebleken, dat van een algemeenen opstand der Nederlanden tegen de Spaansche' tirannie nog geen sprake kon zijn: de „landen generael" hadden geen hand voor hem uitgestoken, hoe dringend hij hun zijn hulp had aangeboden. Zijn laatste toevlucht kon alleen zijn bij de nog in opstand verkeerende zeegewesten, die zijn partij hadden gekozen en zijn overkomst reikhalzend tegemoet zagen, al was het niet zijn komst als vluchteling geweest, die zij hadden verwacht, toen zij „alle hun principael" aan de gemeene zaak waagden. En toch zou zijn volhouden in deze afgelegen streken eenmaal alle Nederlandsche gewesten, alle Nederlanders, roomsch en onroomsch, tegen 's Konings Spaansche politiek vermogen te verbinden.

Sluiten