Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd van Augustus 1914 tot begin 1919? Deze is wel de eerste vraag, die wij te beantwoorden hebben. Welke s bijzondere maatregelen zijn er genomen, welke veranderingen aangebracht, welke voorzieningen getroffen?

Laten wij een oogenblik terugdenken aan de eerste weken van Augustus 1914 en dé toen in vollen gang zijnde mobilisatie van ons leger. Er moest toen: in zeer korten tijd zeer veel worden gedaan, en er moest ook heel veel worden ingehaald. Veel was vooruit goed geregeld, maar er waren ook verscheidene dingen, die nog niet behoorlijk voorzien waren. Daaronder bevond zich ook de militaire justitie in oorlogstijd.

Dit was natuurlijk op dat oogenblik niet verontrustend. Er was een militaire justitie in vredestijd, zoo juist gereorganiseerd, zonder eenigen achterstand, en aan wie men voorloopig, of desnoods totdat over een paar weken of maanden de oorlog voorbij zou zijn, de rechtspraak over het gemobiliseerde leger wel kon laten. Er ontstonden wel eenige bezwaren, doch die wogen voorshands niet.

Maar toen de Regeering na eenige weken eens gelegenheid had om de militaire wetboeken in te zien, moet zij hebben ontwaard, dat nu er een formeele mobilisatie en de inrichting van een veldleger hadden plaats gehad, zich moeielijke vragen van rechterlijke organisatie zouden voordoen. En eenigen tijd later zal er, vooral aan het Departement van Oorlog, wel eenige twijfel aan den snellen afloop van het krijgsbedrijf zijn gerezen.

De moeielijkheden, op welke men stuiten moest, waren wel niet geheel nieuw, maar toch bestonden er geen zuivere precedenten. Gedurende een eeuw was de rust van den vrede in de militaire rechtspleging hier te lande slechts driemaal korten tijd verstoord. In 1815, in 1830 en in 1870.

Tijdens den Waterloo-veldtocht en het acute gedeelte van eertijdsche belgische beroering zijn telkens krijgsraden te velde ingesteld. Aan de hand van mededeelingen, mij welwillend door mr. Rollin Couquerque verstrekt, kan ik daaromtrent berichten, dat reeds in April 1815 op advies van het Hoog Militair Gerechtshof een permanente krijgsraad te velde werd opgericht. Deze krijgsraad heeft de mobiele armee tot bij de Fransche grenzen gevolgd. Na de ontbinding van deze legermacht werd de krijgsraad te velde gedirigeerd op Bergen-op-Zoom, en aldaar heeft dit college zich tot Mei 1816 bezig gehouden met het afdoen der aanhangige zaken. Ongeveer op gelyke wijze is gehandeld in 1830. Er werden toen twee krijgsraden te velde ingesteld. Zij zetelden te Maastricht en te Antwerpen. Bij deze regelingen intusschen had men te doen met een zeer duidelijk geval van oorlog, waarvoor zekere bepaalde maatregelen door de wet waren voorgeschreven.

Anders was het in 1870. De Regeering wilde toen vooral niet den schijn op zich laden alsof zij bepaalde oorlogstoerustingen maakte. Hoewel er belangrijke troepenverplaatsingen naar de oostelijke pro-

Sluiten