Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in staat van beleg zouden zijn verklaard, de omstandigheden van dien aard zouden zijn, dat de berechting door de gewone en aan een vaste zetelplaats gebonden krijgsraden bij de landmacht aldaar niet zou kunnen worden gehandhaafd. Die onderstelling echter — zij moge dan in het algemeen juist zijn — gaat voor de tegenwoordige buitengewone omstandigheden niet op. Immers de gewone krijgsraden bij de landmacht zouden nog zeer wel van in bedoelde gedeelten gepleegde strafbare feiten kennis kunnen blijven nemen";

Het resultaat van al dit handelen *) en niet-handelen ten opzichte

1) Volledigheidshalve mogen hier nog worden vermeld de volgende maatregelen door de Regeering gedurende het mobilisatietijdperk genomen, en waaromtrent Mr. R. E. Kramer, referendaris bij het Departement van Oorlog, zoo vriendelijk is geweest mij in te lichten. Militaire Rechtspleging. .

Wat de militaire rechtspleging betreft zijn in de mobilisatiejaren verscheidene bijzondere maatregelen genomen.

Voor de geïnterneerde militairen hier te lande is een afzonderlijke regeling van de indeeling in garnizoenen in het leven geroepen. Elk interneeringsdepót wordt geacht een garnizoen te zijn;

M. B. van 6 Januari 1915 Ie Afd. no. 438, Legerorders 1915, Deel B, no. 5. Hieraan was voorafgegaan het uitvaardigen van de Wet van 31 Dec. 1914, Stbl. 666, om de geïnterneerden onder de militaire straf- en tuchtwetten te doen vallen. . .

Voor de indeeling in garnizoenen, voor wat de militaire rechtspleging betreft, gedurende den mobilisatietoestand zijn achtereenvolgens verschillende maatregelen uitgevaardigd, n.1.:

M. B. 25 Maart 1915, Ie Afd. no. 7, L.O. 1915, B 108.

M. B. 30 Juni 1915, Ie Afd. no. 4, L O. 1915, B. 203.

M. B. 5 Augustus 1915, Ie Afd no. 6. L.O. 1915, B. 246.

M. B. 25 Februari 1916, le Afd. no 1, L.O. 1916, B. 47.

M. B. 3 Maart 1916, Ie Afd. no. 4, L.O. 1916, B. 56.

M. B. 3 Maart 1916, He Afd. no. 6, L.O 1916, no. 57.

M. B. 7 September 1916, Ie Afd. no. 229, L.O. 1916, no. 287.

M. B. 3 Mei 1917, Ie Afd. no. 8, L.O. 1917, B. 125.

M. B. 6 Augustus 1917, Ie Afd. no. 20, L O. 1917, B. 239.

M. B. 15 December 1917, Ie Afd. no. 9, L.O. 1917, B. 366.

M. B: 18 September 1918, Ie Afd. no. 155, L.O. 1918, B. 295.

Deze bijzondere regelingen der garnizoensindeelingen werden ingetrokken en buiten werking gesteld, waardoor de normale toestand weder intrad, behalve nog eene regeling voor den overgang van den nieuwen naar den ouden, normalen toestand.

M. ES. 15 Januari 1919, Ie Afd. no. 22, L O. 1919, B. no. 22.

Nader werd het echter, wenschelijk geacht, den ouden toestand nog voorloopig te bestendigen, Bij L.O. 1919 B. no. 22, werd daarom voorloopig, tot nadere aankondiging buiten werking gesteld.

M. B. 28 Januari 1919, Ie Afd. no. 164, L.O. 1919, B. 38. Krijgstuchtelijke afdoening van overtredingen.

Circulaire van den Minister van Justitie d.d. 29 April 1919, no. 519 aan de Auds.-Militair, om te adviseeren om min ernstige overtredingen niet te vervolgen maar krijgstuchtelijk af te doen.

M. ti. 8 Juli 1915, Kabinet La Q85, L.O. 1915, B. 209. • Het H. M. G. hecht niet zijn sanctie aan deze circulaire en geeft eene beslissing, die deze krachteloos maakt. ..

Deze meening van het Hof te algemeener kennis gebracht bij M. a. 19 November 1915, Ie Afd. no. 547, L O. 1915, B. 342.

Sluiten