Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ment 3860 adviesaanvragen geteld, waarvan verscheidene meerdere beklaagden betroffen. Te Arnhem en te 's-Hertogenbosch was dit cijfer nog aanzienlijk hooger.

Gedurende het drukke mobilisatie-tijdperk hebben de auditeurs en de andere bij de rechtspraak betrokken personen ruimschoots gelegenheid gehad zich rekenschap te geven van de voor- en nadeelen verbonden aan de grondige wijzigingen in de positie van het militair O. M. aangebracht. De invloed van den auditeur op het debat in raadkamer, een invloed, die reeds1 in het rapport van den Staatsraad in 1807 als onbehoorlijk werd gekenschetst, maar toch niet schijnt verminderd te zijn en aanleiding gaf tot het gewagen van de „exorbitante macht" van den auditeur, is geheel verdwenen. Er is niemand, die dit heeft betreurd.

Het is echter de vraag of men er algemeen wel mede ingenomen is, dat, nu de positie van den auditeur tegenover den rechter geheel zuiver is gemaakt, niettemin het recht om over het al of niet vervolgen te beslissen aan dezen ambtenaar onthouden bleef, en hij is gelijk hij was, de procureur van de vervolgende militaire autoriteiten. Vooral in de jachtige tijden van den oorlog is gebleken of liever gezegd: nader volledig bevestigd, *) dat het advies van den auditeur voor de verwijzing heeft gewerkt als een uitmuntende zeef om strafen tuchtzaken uit elkander te scheiden, en dat daarmede practisch een groote schrede naar een zelfstandige beoordeeling door het militair openbaar ministerie is gedaan. Het is ook wel gebleken, dat van de zaken, die tegen het advies van den auditeur bij den krijgsraad werden aanhangig gemaakt, niet veel is terechtgekomen, en dat het verschil in eindresultaat tusschen de werking van de principieel tegenstrijdige beginselen nooit van beteekenis zou hebben kunnen zijn. Het spijt mij, dat ik gedurende den loop der zittingen hiervan geen aanteekening heb gehouden èn dat mij thans de tijd ontbreekt om de dossiers nog eens alle na te gaan, zoodat ik verzoeken moet mij hier op mijn woord te gelooven. Wellicht komen juiste gegevens voor den dag, wanneer deze zaak eens afzonderlijk wordt bekeken.

Wil men mijn conclusie aanvaarden, dan zal men moeten erkennen, dat, wanneer het toch ongeveer op 't zelfde neerkomt, het beter is om het tegenwoordige stelsel te laten varen, omdat tegen het enkele voordeel, dat er een paar mannen meer 2) dan anders voor den krijgsraad worden gebracht, staan de nadeelen, dat door het gecorrespondeer, dat nu noadig is om een verwijzing in de wereld te krijgen, in alle zaken vertraging wordt gebracht, en dat, ook tot verbazing van het publiek, nu en dan beklaagden moeten • terechtstaan op de openbare zitting (iets wat men dikwijls reeds een straf op zichzelf heeft genoemd), terwijl er geen spoor van bewijs tegen hen is. De prullemand moet hier vóór en niet achter de groene tafel

1) Wesenhagen, T. v. S. XV, 473.

2) De commandanten oordeelen altijd in pejus.

Sluiten