Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men moet in de rechterlijke macht het ambt van rechter-commissaris aanvaarden zonder eenige ondervinding en doorgaans bemerkt m?n, wanneer de twee jaar voorbij zijn, dat men het vak juist begint te leeren. En dan beschikt men nog over juridische kennis en, practisch meer dan theoretisch, over deskundige poliüe-beambten. Hoe veel ongunstiger is de positie van den officier-commissaris die, wanneer een geslepen oplichter of falsaris voor hem wordt gebracht Srji moeten erkennen, dat deze zijn wetboek beter m het •hoofd heeft dan hij; en die, zooals meer dan eens plaats gehad heelt, de instructie van strafzaken naast den gewonen dienst moet^afdoen en zich niet kan concentreeren tot dat onverbiddelijke doorzetten, dat noodig is om den listigen tegenstander in een hoek te drijven

In dit verband vind ik de cijfers der vrnspraken ^ngwekkend In 1918 werden door den krijgsraad te 's-Gravenhage behandeld 1838 militaire en 849 burgerlijke misdrijven. Van militaire misdrijven werd 93, van burgerlijke misdrijven 101 maal vrijsproken. Dit is meer dan tweemaal het getal, dat door een goede verhouding zou zun gevonden. De reden is niet ver te zoeken. Van de door den knjgSfi Sad te den Bosch gewezen vrijspraken betroffen 77 ^ire en m burgerlijke misdrijven. De verhouding der zaken was 1402 en 1501. Sn gelijk verschijnsel. Ik moet er bijvoegen, dat de cijfers van Arnhem'veel minder spreken, n.L militaire misdrijven 1246, vrijspraken 145; burgerlijke misdrijven 919, vrijspraken 10b.

HieTzijn twee voorloopig tamelyk wel afdoende palhatieven aan te wijzen. Het eerste is, in aansluiting aan menig voorafgegaan betooe o a in W. 8042, aanbevolen in het ontwerp 1910, en is de voorkeur "van officieren, die een, zij 't ook niet universitaire, juridische opleiding hebben genoten; het tweede is de concentratie van het onderzoek over het geheele arrondissement m een zeer klein aantal kabinetten met minder afwisselend personeel. Van de -eldt hetzelfde als van iederen anderen werkkring: als er niet druk wordt gewerkt, wordt er niet goed gewerkt en de verkregen routine m de gewone dagtaak geeft dien geest vrijheid voor dén moeaelij-

keHe?bewijs van een en ander is vrijwel geleverd door de vergelijking van het werk afkomstig van die kabinetten van ™strucüe, welke reeds thans min of meer aan de hier geste de eischen voldeden met den arbeid van de andere. Het komt ook uit m den geweldigen achteruitgang van de instructie sedert November 1918, toen verscheidene geroutineerde officieren hetzij naar huis zijn gegaan, hetzij naar hunne onderdeelen zijn teruggekeerd. Het is echter met mogelijk hieromtrent nadere details te openbaren.

Ik noem dit alles evenwel slecht palliatieven, omdat het hier m.i.

1) Hier vooral moge men nog eens denken aan de vraag van Mr. de Savornin'Lokman: wTrom geen militaire rechtsgeleerden en wel militaire dïïK (T v aS. XIII, 315), een vraag in eenigszms anderen vorm onlangs herhaald door Mr. Nord Thomson (M. R. T. XIV. 333).

Sluiten