Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raden zou er op moeten worden gelet, dat zooveel mogelijk uit beide soorten de benoeming werd gedaan.

Wanneer ik mijne wenschen ten opzichte van wettelijke veranderingen dus resumeer, zijn het de volgende:

1. uitdrukkelijke begrenzing der bevoegdheden van burger- en militaire autoriteiten bij het politieonderzoek en bij de instructie;

2. toekenning van het recht van verwijzing aan commandanten van legereenheden;

3. toekenning aan den officier-commissaris van de bevoegdheid om ook vóór de verwijzing te fungeeren;

4. opheffing van de bewijskracht der voor den officier-commis- ■ sar is afgelegde getuigenverklaringen;

5. facultatief stelling der instructie voor alle strafbare feiten;

6. vaste aanstelling van officieren-commissarissen voor een bepaald ressort in vredes- en mobilisatietijd, bij voorkeur uit de verlof sof ficieren-juristen met groot verlof te benoemen;

7. overdracht der rechtsmacht ten aanzien van (lichte misdrijven en) overtredingen van de krijgsraden naar de officieren-commissarissen in mobilisatietijd;

8. opheffing der gewone krijgsraden in oorlogstijd; instelling van buitengewone krijgsraden (te velde, in belegerde of berende plaats, temporaire) bij voorkeur bestaande deels uit gewezen officierencommissarissen, idie nog in militairen dienst zijn en deels uit beroepsofficieren met een bijzonder juridisch brevet; benoeming der burgerambtenaren van de militaire justitie tot auditeur-militair bij die krijgsraden.

Deze wetswijzigingen zouden met wijxigingen in de uitvoering der wet moeten gepaard gaan om 'een bruikbaar geheel te verkrijgen. Juist voor oorlogstijd is het niet doenlijk alles in de wet vast te leggen en de finesses der organisatie zullen aan eene regeling van het oogenblik moeten worden overgelaten. Om de behoefte aan wijzigingen in die regelingen te kunnen beoordeelen zal de regeering vooral in oorlogstijd, maar ook in tijden van-mobilisatie moeten kunnen beschikken over personen, die een voortdurend toezicht hebben op het krijgsraadwezen, natuurlijk zonder daarin eenig aandeel te nemen. Waaraan de militaire justitie in buitengewone tijden vooral behoefte heeft, is belangstelling, zij het dan ook ambtelijke. In dit opzicht kunnen wij een voorbeeld nemen aan de Amerikanen, die tijdens den. oorlog Samuel Ansell als gebreveteerd brigade-generaal speciaal belastten met het toezicht op de militaire justitie; deze kweet zich zóó van zijn taak, dat er een ware storm door het land is opgegaan tegen de verouderde militairrechterlijke wetgeving, die — het zal hen, die voor dé niet-invoering van ons wetboek van 'militair strafrecht verantwoordelijk zijn, met trots vervullen

van vóór de omwenteling van 1781 dateert en daardoor aan deze

wetgeving den nekslag heeft toegebracht. Wanneer wij ook aan Justitie of aan Oorlog zulk een ambtenaar of militair hadden gehad, zou het althans mogelijk geweest zijn onze wetgeving zooveel dat

Sluiten