Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

De Loonen,

(Vóór Augustus 1914.)

Zooals reeds in Hoofdstuk I is medegedeeld, werden bij het onderzoek alle inlichtingen welwillend verstrekt, met uitzondering van die, betrekking hebbende op de loonen. Zoowel de werkgevers als de kantoorbedienden toonden zich niet bijzonder geneigd hieromtrent veel los te laten.

Waar van een verplichte opgave geen sprake was, moest volstaan worden met het opnemen der salarisbedragen van hen, die daartegen geen bezwaar maakten. Behalve angst in verband met verkeerde opgave voor de belastingen kan als motief voor die weigering worden aangevoerd, dat velen zich schaamden hun salaris te noemen, daar dit zoo laag was.

Veelal werd slechts volstaan met het noemen van het minimum- en maximum-bedrag. Voor het noteeren der loonep werd een andere indeeling der leeftijden gevolgd dan die in hoofdstuk II reeds vermeld. Thans werd de navolgende indeeling genomen: os) beneden 15 jaren; b) van 15—19 jaar; c) 19 jaar en ouder, gesplitst in niet-volslagen en in volslagen. Men kan n.1. aannemen dat 15' jaar de leeftijd is, waarop aanstaande kantoorbedienden in den regel de M. U. L. O. school verlaten; op 19-jarigen leeftijd worden de militie-plichten vervuld, terwijl eerst daarna de beroeps- en positievorming plaats heeft.

Onderverdeeling in de groepen voor de grootere gemeenten kan gevoegelijk achterwege blijven.

Opgemerkt moge nog worden, dat de Geldhandel het best, het Levensverzekeringsbedrijf het laagst salarieert, hetgeen vermoedelijk zijn oorzaak wel zal vinden in het feit, dat de geldhandel bijna uitsluitend gediplomeerde jongelui (H. B. S. of Handelsschool) in dienst neemt, terwijl het Levensverzekeringsbedrijf, in verband met de te verrichten werkzaamheden, in de meeste gevallen kan volstaan met jongelui van de lagere school, of met hen, die M. U. L. O. hebben genoten.'

Hierachter volgen de staten, aangevende de loonen in de diverse gemeenten. Laat men de personen die f 200 pf meer per maand verdienen — in verreweg de meeste gevallen, procuratiehouders of afdeelingschefs — buiten beschouwing, dan vindt men, dat te Amsterdam, (percentsgewijze) het . aantal volslagen mannelijke kantoorbedienden het grootst ie bij een loon van f 80 t/m f 89 per maand.

Voor de overige gemeenten is dit aantal personen het grootst bij de achter die gemeenten vermelde loonschaal, n.1.: Rotterdam f70—f79; Groningen f70—f79; Almelo f 100—109; Hengelo f 80—f 89; Enschedé f 80—f 89; Meppel f60—f69; Hillegom f 60—f 69; Vlaardingen f 100—f 109; Zaandam f 120—f 129; en de Zaanstreek f 100—f 109.

(Voor vervolg zie blz. 54.)

Sluiten