Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geval-Kanon in den Haag, is onbegonnen werk. En toch zal het dien kant uitmoeten. Ik wil nog niet zeggen, dat eenvoudig allen, die pensioengerechtigd zijn, ontslag moeten nemen — hoewel dit de zaak heel wat vergemakkelijken zou — maar de autoriteiten moeten in elk geval het recht hebben hen al of niet te vergunnen aan te blijven. Ieder gemeentebestuur, ieder schoolbestuur moet gerechtigd zijn in verordening, aanstelling of instructie eene bepaling op te nemen, waarbij aanblijven na den pensioengerechtigden leeftijd al of niet kan worden toegestaan. En voor onderwijzeressen moet die leeftijdsgrens belangrijk worden verlaagd.

In dit verband wijs ik op een dergelijke regeling voor de professoren en op gemeentelijke regelingen voor rectoren van gymnasia en directeuren van hoogere burgerscholen.

Mij zijn gevallen bekend o. a. aan openbare en ook wel aan bijaondere scholen, waar leerkrachten, die reeds lang de 65 gepasseerd en in 't geheel niet meer voor hun werk geschikt zijn, gehandhaafd moeten worden, omdat ze zich nog gezond voelen en het Vs verlies van salaris niet kunnen of willen dragen.

En stel u nu eens voor dat dit voorkomt, — ik spreek uit ervaring — op een tweemansschool met één leerkracht voor de lagere afdeelingen, waarbij het 3de leerjaar nog niet zoover is als een regelmatig gevorderde le klasse en in de hoogere afdeeling het landbouwverlof *net al den aankleve van dien begint, en met angst vraagt u zich af, wat er van dat onderwijs na 6 jaar is terechtgekomen. Een geheel geslacht, neen, geheele geslachten, zijn daarvan de dupe. Dat moet in de toekomst niet meer mogelijk wezen en dat zal kunnen door een grensbepaling van verplicht aftreden, of van speciaal verlof voor langer aanblijven.

Voor de kleinere dorpsscholen is dit een factor van groot belang. Op een groote of een dubbele school kan er een minderwaardige leerkracht nog wel bij door. Er is tijd en gelegenheid tot neutralisatie, al zal zich steeds de nadeelige invloed doen gevoelen. Maar op de kleine scholen wordt het een ware ramp. Compensatie of neutralisatie is daar niet mogelijk, het eenmaal gemiste, het in enkele jaren achterstallig-geraakte, kan niet meer worden ingehaald en het kind verlaat de lagere school, gewoonlijk het eenige instituut van algemeene ontwikkeling, dat het heeft kunnen volgen, en dat hem in 't allerbeste geval nog maar het minimum geeft, met een te kort aan de meest elementaire

Sluiten