Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze wet belast, en verricht de verdere werkzaamheden, hem bij de wet opgedragen.

3. De leden van den Raad mogen geen leden zijn van eenig schooltoezicht of schoolbestuur.

4. Aan de leden van den Raad wordt, behalve vergoeding voor reis- en verblijfkosten, een zitpenning toegekend.

5. De inrichting en de werkzaamheden worden geregeld bij algemeenen maatregel van bestuur. En in de memorie van toelichting wordt de noodzakelijkheid van een dergelijken Raad aldus gemotiveerd:

„In het nieuwe systeem is het ui. noodig, dat een adviseerend college voor de zaken van het lager onderwijs worde ingesteld. Zoodanig hoogstaand, geheel onafhankelijk college, de Onderwijsraad, samengesteld uit mannen met liefde voor en kennis van het onderwijs, zal den Minister hebben voor te lichten omtrent de maatregelen, noodig ter verbetering van het lager onderwijs in het algemeen. Inzonderheid zou dit college ook zijn aan te wijzen om ten aanzien van allerlei geschilpunten, welke bij de toepassing van het stelsel der voorziening in de kosten kunnen rijzen, de Regeering of de colleges van Gedeputeerde Staten, in wier handen de beslissing wordt gelegd, van advies te dienen.

Hiermede wordt dan eenerzijds de waarborg verkregen, dat de voorwaarden behoorlijk zullen worden nageleefd, maar kan anderzijds ook iedere gedachte aan partijdige of bevooroordeelde behandeling van zaken verdwijnen".

Hier is dus de wederzijdsche waarborg volgens de Staatscommissie voorhanden.

Ik geloof dat ook, hoewel er op één punt nog twijfel zou kunnen rijzen. Zal de samenstelling der commissie zoo zijn, dat werkelijk de paedagogische beginselen, die in ons volk leven en die zich zoo krachtig hebben doen gelden, dat ze ten grondslag zijn gelegd voor een geheel onderwijsstelsel, in de commissie vertegenwoordigd zijn? Ik ben goed van vertrouwen; ik geloof niet, dat het nog mogelijk zal zijn na de totstandkoming van de organieke wet, hoogstaande en kundige mannen te vinden, die met liefde voor het volksonderwijs bezield zijn, die zich in hun hart zouden voornemen in dien onderwijsraad alleen hun beginselen voor te staan en die van anderen te deuken.

Maar waar men van de zijde van het openbaar onderwijs aan de

Sluiten