Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar met die organisatie alleen is men er niet. Het samenbrengen en samenhouden van de middenstanders als stands- en vakgenooten waarborgt nog geen duurzaam succes aan het pogen. Het program moet er zijn en de vaste uitvoering ervan.

En nu kost het weinig moeite om een zeer groot aantal programmapunten na elkaar op te schrijven. Wie in de Middenstandsbeweging, ook in de Katholieke, met belangstelling heeft rondgekeken, weet dat er eerder een te veel dan een te weinig aan programmapunten is. Men ontkomt zelfs niet aan den indruk, dat in de groote verscheidenheid van plannen en pogingen de hoofdlijnen verdoezeld worden en verloren gaan. Vooral, zoo wil het mij voorkomen, is er nog zoo weinig begrip van hetgeen op de eerste, op de tweede en op een volgende plaats aan de orde moet worden gesteld.

Dit praeadvies bedoelt den kern van het Middenstandsprogramma te raken, de hoofdlijnen van het programma te trekken. Het beoogt antwoord te geven op deze vraag: wat moet de Middenstand doen om zijn zelfstandig bestaan te verzekeren, wat moet bij op de eerste plaats doen om zich in het organisatie-verband een passende welvaart te verschaffen?

II.

Van welken kant dreigt wel gevaar?

Om die vraag eenigszins bevredigend te kunnen beantwoorden moet aanstonds het bekende onderscheid in den Middenstand worden vooropgesteld, het onderscheid tusschen handeldrijvenden en industriëelen Middenstand.

Voor die beide groepen is het gevaar verschillend.

Het gevaar voor de winkeliers laat zich als volgt onderverdeelen:

1°. de gemeente treedt op als concurrente;

28. de consumenten coöpereeren;

3°. de warenhuizen slokken debiet op;

4°. fabrikanten en grossiers werken met filiaalhouders;

5°. de toegestane rabatten zijn te klein;-

6°. te veel winkeliers werken op bepaald afzetgebied;

7°. de werknemers eischen hooger loon.

Waarlijk, gevaar genoeg!

Sluiten