Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorop, beweegt zich met fermen tred in organische richting. De arbeiders, middenstanders, boeren, groot-fabrikanten, de katholieken het eerst, zoeken naar vaste lijnen voor ieders bestaan. Hierboven heb ik al uiteengezet, hoe weldra te verwachten is, dat het centrale lichaam, dat eindelijk allen omspant, het prijsvraagstuk ter dege onderhanden neemt. Daarbij komt vanzelf de coöperatie-kwestie aan de orde. En ik stel mij voor, dat dan ook de groote afrekening met de coöperatie-gedachte begint.

Zeker, het zal een weg zijn met moeilijkheden bezaaid. Nog moeilijker dan de weg naar de moderne collectieve arbeidsovereenkomst. Men zal met groote bezadigdheid moeten voortgaan. Laat ik over enkele zaken, die zich zullen voordoen, even mijn meening zeggen.

Eerst zal een onderzoek moeten worden ingesteld naar de doelmatigheid van bepaalde productieve functie. Van den eenen kant heeft men met ongehoorde lichtvaardigheid de misbaarheid van bepaalde zelfstandige groepen uitgesproken; maar van den anderen kant staat volstrekt niet vast, dat elke groep, die geplaatst wordt tusschen de vervaardiging en het koopen der productie bestaansrecht heeft. Dat moet thans nauwkeurig worden onderzocht. Ik wil wel als mijn meening zeggen, op grond van velerlei aanraking met grossiers en grossiers-organisatiën, dat ik stellig geloof, dat vele groepen niet kunnen worden gemist, dan tot ernstige schade voor de qualiteit van het productieproces en dus voor de afnemers. M. i. zijn vele grossiers als het ware filters van de^productie. Ontbraken zij, wat een slechte productie zou dikwijls het publiek in den maag worden gestopt! Hoe zou het publiek ooit op de hoogte komen van wat er met name in het buitenland wel te krijgen is? Grossier zijn van zoo menig artikel eischt, ik ben er vast van overtuigd, groote kunde. Goed grossier zijn acht ik in het aantal mij bekende gevallen een zegen voor de productie.

Staat de nuttige functie van den grossier b.v. eenmaal vast, dan is het zaak, dat van twee kanten erkenning komt, van de zijde van den winkelstand en van de zijde van boeren en fabrikanten. Men zal zeker niet opeens al het door de coöperatie-gedachte opgebouwde weer gaan afbreken; maar men doet al zoo goed werk, indien men, na verkregen overeenstemming over de wederzijds in acht te nemen verplichtingen, den voortbouw aan coöperatie staakt, niet verder uitbreidt. Na het voorafgaande behoeft over de vaststelling van de wederzijdsche verplichtingen niet veel te worden gezegd. De grossier zal zich moeten onthouden van elke

Sluiten