Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedaan moeten worden ? Ieder gelooft wel dat directeur en directrice een bijzonder goed oog hebben voor het karakter der opgenomen pupillen; «maar werkelijk de bijzondere gaven en het mooie karakter van mijn kind ziet U nog niet m vollen omvang, en als daar nu eens bijzondere uitgaven voor werden toegestaan, dan zou dat toch zoo volkomen gemotiveerd zijn.»

Nog nooit hebben we ons verstoord gevoeld wanneer deze gevoelens zich openbaarden, daar ze zoo geheel verklaarbaar zijn en de oorzaken zich zoo duidelijk laten aantoonen. Niet alleen de groote ouderliefde, die in eigen uil zoo gaarne een valk ziel, is er de oorzaak van, maar meer nog de bezorgdheid voor de toekomst. Het is voor vele moeders zoo moeilijk onbezorgd te zijn. Zorgeloosheid is natuurlijk steeds een ondeugd, vaak een vloek, en leiding van jonge menschen vereischt nu eenmaal zorg. Dat het den vrouwen, die alleen staan en die op haren levensweg het leed reeds zoo diep hebben gevoeld, niet altijd gemakkelijk valt het woord uit den Bijbel «weest niet bezorgd» te aanvaarden, is volkomen ■ verklaarbaar, zoodat de goede zorgen der moeders, ook na opname van hare kinderen, door de Louisa-Stichting volkomen worden gewaardeerd, — maar bezorgdheid van een opvoeder heeft nog nooit anders ten gevolge gehad, dan dat zij twijfel bracht in het jonge kind, 'twijfel aan eigen waarde en twijfel aan eigen kracht.

Bezorgde moeders zijn geen krachtige leidsters, want zij gelooven niet dat haar kind eigenschappen en gaven heeft, die het in staat zullen stellen later een goede en zelfstandige plaats in het leven in te nemen, en terwille van die donkere toekomst verzoeken ze dan ook vaak ten behoeve van haar kirid om specialen' steun.

Een opvoeder moet nu eenmaal het beeld zijn van den zaaier, die uitgaat om te zaaien. Hij bewerkt den akker, hij ploegt en egt, hij zaait en wiedt en in stilheid en vertrouwen moet hij de vruchten van zijn arbeid afwachten. Regen en zonneschijn, storm en hagelslag, die heeft de zaaier niet in zijn hand, evenmin als de opvoeder het altoos in zijn hand heeft zijn pupil voor schadelijke invloeden te vrijwaren.

De directe resultaten van zijn arbeid niet zien en nochtans gelooven in de toekomstige bekroning van zijn werk, ziehier in een paar woorden den geest geteekend, die iederen opvoeder moet bezielen.

Wij kunnen onze beste krachten aan het kind wijden, maar evenmin als de zaaier kunnen we den oogst verhaasten, we hangen af van de invloeden van buiten en van de kiemkracht van het zaad. De resultaten zullen het werk bekronen, maar deze resultaten worden niet gevonden in het gezin, die vindt men in her volle leven, waar onze kinderen later hun plaats moeten vinden.

Hieruit volgt, dat alle maatregelen, die genomen worden om het kind eene goede opvoeding te verzekeren, beschouwd moeten worden als middelen voor een later te bereiken doel. En dit doel is voor allen niet gelijk, dus kunnen ook de middelen, die ter bereiking ervan moeten gebruikt worden, niet voor alle kinderen dezelfde zijn.

Verschillende wegen moeten worden bewandeld. Al dadelijk zien we twee hoofd-

Sluiten