Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden opgenomen. Verzoek om opname werd vóór i April ingewacht bij den Secretaris van het College.

Tot directeur werd benoemd de Heer K. Veeger van Purmerend, die in het laatst van April het gebouw in de Nobelstraat met een zevental kinderen betrok.

In dit gebouw had, in tegenwoordigheid van den Beschermheer en van een groot aantal genoodigden, op den 24sten Mei 1869 de inwijding plaats der LouisaStichting.

De uitnoodigingen waren zoo verdeeld, dat de geheele Nederlandsche Broederschap vertegenwoordigd was. Ook de vertegenwoordigers der Buitenlandsche Loges en Groot-Oostens waren aanwezig, zoomede een deputatie uit het Dag. Bestuur der Gemeente 's-Gravenhage, bestaande uit de Heeren Gevers Deynooï, burgemeester en Vaillant en Van der Kemp, wethouders.

De Heer J. J. F. Noordziek hield eene toespraak, waarin hij naging op welke wijze de Louisa-Stichting was tot stand gekomen.

Onder orgelmuziek werden in eene korte pauze eerst de directeur en directrice, daarna ook de kinderen binnen geleid en aan den Beschermheer voorgesteld, waarbij de Heer Noordziek verklaarde, dat Regenten de zorg voor deze kinderen op zich namen en de belofte uitsprak, dat zij noch hunne opvolgers het vertrouwen in hen gesteld zouden beschamen.

De Heer Veeger hierna het woord verkrijgende, legde de verklaring af, dat hij en zijne echtgenoote zich gelukkig achtten als directeur en directrice werkzaam te kunnen zijn, daarbij aan de Broederschap de verzekering gevende, dat zij al hunne krachten zouden wijden aan het welzijn der pupillen.

De Grootmeester richtte nu eenige woorden tot elk'der kinderen in het bijzonder, vervolgens tot Directeur en Directrice, aan wier zorg hij de kinderen opdroeg en het vertrouwen uitsprak dat beiden zouden beantwoorden aan de verwachting, die de Orde van hen koesterde.

De Heer Noordziek verkreeg nu weer hetiroord. Hij dankte den Koninklijken Beschermheer voor al hetgeen deze deed voor de Louisa-Stichting, terwijl Zijne geëerbiedigde Gemalin lof en hulde werd gebracht voor de welwillendheid, waarmede Zij toestond, dat Haar naam aan de Stichting werd verbonden.

Ook aan het Dagelijksch Bestuur der Gemeente 's-Gravenhage werd dank gezegd voor zijne tegenwoordigheid; de jonge instelling werd aanbevolen in de belangstelling der overheden.

Den vertegenwoordigers van Mac. lichamen werd verzocht mededeeling te doen van de inwijding der Louisa-Stichting en haar aan te bevelen in de Loges die zij vertegenwoordigden.

Namens den Grootmeester verklaarde toen de Voorzitter van het College van Regenten de Louisa-Stichting, staande onder Beschermheerschap van Z. K. H. Prins Frederik der Nederlanden, te zijn geopend en ingewijd.

Nadat de Beschermheer Zijne voldoening had te kennen gegeven over hetgeen hij had gehoord en gezien, en Zijnen dank had betuigd aan de Broeders, die zooveel hadden gedaan om de inrichting in het leven te roepen, sprak hij namens

Sluiten