Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Betreft het eene onderneming, die voor de ontwikkeling van de hulpbronnen der gemeente van hoog gewicht is, maar die te onzeker is dan dat een particulier ze kan beginnen, dan kan het geraden zijn, dat de gemeente, liever dan aan een ander geldelijken steun te geven, de zaak zelve ter hand neemt, in het vertrouwen, dat daardoor de welvaart en de draagkracht der ingezetenen in het algemeen zal toenemen.

In deze en soortgelijke gevallen valt het algemeen belang der gemeente bij gemeentelijke exploitatie in beginsel niet moeilijk aan te toonen.

Nooit echter kan het algemeen belang er bij gebaat zijn, wanneer de middelen der gemeente worden gebruikt om aan het vrije bedrijf eene concurrentie aan te doen, die, wegens de feitelijk onbeperkte geldmiddelen waarover de gemeente kan beschikken, niet anders dan doodend is. De wet behoort dan ook de grenzen aan te wijzen, binnen welke het der gemeente geoorloofd zal zijn als exploitante van bedrijven op te treden."

De wettelijke begrenzing van het gebied, waarop het gemeentebedrijf zich mag bewegen, geschiedt dan in een nieuw art. 142bis der Gemeentewet, luidende: „Door de gemeente mogen geen andere bedrijven worden uitgeoefend dan : a. dezulke, waarbij door middel van leidingen, in of boven den grond, eenige stof onder bereik der verbruikers wordt gebracht of hun diensten worden bewezen ;b. door instellingen, inrichtingen en ondernemingen ten dienste van verkeer, den landbouw, de nijverheid en den handel, bankinstellingen daaronder niet begrepen."

Ten opzichte van de sub b bedoelde wordt vervolgens in de Memorie van Toelichting nog nader opge-

Sluiten