Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door anderen het werk laat verrichten.

Is het niet wenschelijk — aldus luidt de vraag, die in het geding is — dat de Gemeente niet slechts van den aannemer eischt dat hij deugdelijk materiaal gebruikt maar evenzeer verlangt dat aan de in dienst zijnde arbeiders een behoorlijk loon en niet overmatige arbeidsduur verzekerd zij ? ')

In vroeger dagen waren er velen, welke die vraag , ontkennend beantwoordden en ten onzent is eerst in de laatste jaren een kentering waar te nemen. Het Brusselsche gemeentebestuur voerde reeds in 1854 de bésteksbepalingen in. Engeland kent ze evenzoo reeds geruimen tijd. In ons land echter was het Amsterdam dat het eerst ih 1894, na taaien strijd, op voorstel van de heeren Gerretsen en Treub, bepalingen omtrent minimumloon en maximum-arbeidsduur in de bestekken verplichtend stelde.

Hoe weinig echter destijds deze besteksbepalingen

i) De voornaamste bron voor de kennis van dit onderwerp is wel het Rapport over geschiedenis, inhoud en werking van bepalingen betreffende minimumloon en maximum-arbeidsduur in bestekken van bouwwerken, in Juni 1901 uitgegeven door het Centraal Bureau voor Sociale Adviezen. Verschillende supplementen volgden. Verder de Praeadviezen voor de Vereeniging voor de Staathuishoudkunde en de Statistiek, door M r. T r e u b, M r. P i e r s o n, M r. R e i g e r en D. E. C. Knuttel, 1895. Een populair boekje is dat van VV. C. J. Pastoors, Over minimum-loon en maximum-arbeidsduur in bestekken concessies enz., 8e druk, Leiden, 1909, Van de buitenlandsche literatuur vermelden wij: G eo r g e s Vaes, Les conditions du travail dans les marchés publics, Leuven, 1900; B azi re, Les conditions du travail, imposées aux entrepeneurs dans les adjudications de travaux publics, Parijs, 1898; von Zwiedinec k—S ündenhorst, Lohnpolitik und Lohntheorie mit besonderer Berucksichtigung des Minimallofines. Leipzig. 1900, blz. 377 en vlgg.; von Zwiedinec k— Südenhorst, Sozialpolitik, Leipzig, en Berlijn, 1911, blz. 302 en vlgg.

Sluiten