Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genomen, werd geinformeerd en die vraag gaf aan Posadowsky aanleiding tot eene enthousiastische redevoering, waarin hij met warmte de zegenrijke gevolgen van het nieuwe recht uiteenzette. Ook in wetenschappelijke kringen wordt die sympathie aangetroffen. Prof. Rudolf Sohm uitte zich op de 18e vergadering van den Bund deutscher Bodenreformer aldus: „Het erfpachtsrecht doet zijn intrede in het Duitsche rechtsleven. Het moet en zal helpen, om den nationalen bodem te bevrijden van de tirannie der grondspeculanten en de gemeenten in staat te stellen een woningpolitiek te drijven, die aan de onvermogende massa billijker woonruimte, licht en lucht verschaft."

Diezelfde hooggestemde verwachting, welke bij de Germaansche broederen leeft, wordt ook in sommige Nederlandsche kringen gedeeld. Naar veler oordeel moet, wie waarachtige sociale politiek wil drijven zich voor erfpacht verklaren. Slechts reactionairen kunnen aan die erfpacht gram zijn. Toen in 1909 bij de algemeene be-grootingsdebatten in den Amsterdamschen Raad de heer Vliegen zijn streng requisitoir hield tegen wethouder van den*Bergh en hem „knikkende democratische knieën" verweet, was eene belangrijke aanwijzing voor die droeve diagnose de verzwakking van het erfpachtsrecht die hij uit de ingediende voordracht meende te mogen constateeren. De politiek heeft zich van de erfpacht meester gemaakt. De erfpacht heeft een plaats gevonden op de politieke programs en vooral in de sociaaldemocratische gelederen wordt vaak een erfpachts-fanatisme aangetroffen, dat minder vurige aanbidders als conservatief en dies onrein buitensluit.

Naast die warme sympathie wordt niet slechts koele onverschilligheid maar ook onverholen afkeer voor dezen

Sluiten