Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i5- Lust om ontbonden te zijn.

1. Hoe lang, ach Heer!

Hoe lang nog mist mijn ziel den zoeten stand

Van 't waar verheugen?

Helaas! wanneer Wanneer zal ik eens 't eeuwig Vaderland

Betreden meugen? Jeruzalem, des hoogsten Konings stad, Des Deugd betrachters hoop en hertenschat, , Die U maar kent, is licht des levens zat ... . Te lang, te lang, valt bang.

2. Ach, kon het zijn,

Dat ik, niet meer door d' aardschen lichaamsband

Omlaag gehouwen,

Dat klaar gheschijn Van Godes licht (nu ver en in 't verstand)

Dicht mocht aanschouwen! Als ik maar denk om 't Hemelsche geklank En aller Eng'len goddelijken zank, Zoo toeft mij schier de dood al veel te lank .... En 'k acht, en 'k acht haar zacht.

3. Wat hebt gij doch,

Wat hebt gij, Wereld, waarom dat m' in dij

Zou willen blijven?

Niet dan bedrog, Niet dan ellend, gemengd met zotternij,

Is uw bedrijven. Uw alderbest voedt zijn verborgen kwaad, Uw alderschoonst heeft zijn bedekt verraad, Gelukkig die zich u intijds ontslaat .... En wijdt, en strijdt en lijdt.

Camphüyskn.

16. Wenn alle untreu werden.

1. Wenn alle untreu werden, So bleib ich dir doch treu, Dasz Dankbarkeit auf Erden Nicht ausgestorben sei.

Sluiten