Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22. Gy, gy alleen, oneindig Opperwezen!

Gy, Vader en Monarch van al wat was en word, Hebt geen verandering te vreezen, Noch dat uw scepter zy verkort.

23. d'Oude eeuwen, die voor 't menschdom gansch verdwynen, En zy, die zullen zyn in later tydsgewrigt,

O God! die roept ge, en zy verschynen Te zamen voor uw aangezicht,

24. Gy ziet hen voor uw zetel henen dryven,

Als kielen, langs de zee genoopt door wind en vloed; De eene is bekroond met vrede-olyven, En de andere bevlekt met bloed.

25. Gy hebt den tyd van de eeuwigheid gescheiden, Gy hebt zyn vleugelen met uwe hand gewrogt, Op dat hy niet te lang verbeiden

En niet te snel vervliegen mogt.

26. Het noodlot zit geknield voor uwe voeten

En leest in 't heilig boek uw onweêrstaanb're wil; Maar als uwe oogen het ontmoeten, Verandert alles of staat stil.

27. Daar 't eeuwig licht een zee verspreid alle uuren Van heil en van geluk uit 's Allerhoogstën schoot,

• Daar kan geen rouw, geen droefheid duuren, Daar vlugt de smart, daar sterft de dood.

W. van Haren.

38. Der fünfte Mai.

Ode von Alexander Manzoni.

1. Er war — und wie, bewegungslos, Nach letztem Hauche —Seufzer, Die Hülle lag, uneingedenk, Verwaist von solchem Geiste: So tief getroffen, starr erstaunt Die Erde steht der Botschaft.

Sluiten