Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

57- Gesellschaft.

Aus einer groszen Gesellschaft heraus Ging einst ein stiHer Gelehrter zu Haus. Man fragte: Wie seid Ihr zufrieden gewesen? „Waren's Bücher," sagt' er, „ich würd' sie nicht lesen.'

58. Panacee.

„Sprich! wie du dich immer und immer erneust ?" Kannst's auch, wenn du immer am Groszen dich freust: Das Grosze bleibt frisch, erwarmend, belebend; lm Kleinlichen fröstelt der Kleinliche bebend.

Goethe^

59. I strove with none.

I stroye with none, for none was worth my strife;

Nature I loved, and next to Nature, Art; I warmed both hands before the iïre of life —

It sinks, and I am ready to depart.

landor.

H. VAN VELERLEI VORM.

a. Volkskunst en individueele kunst.

60.

Daar moet veel strijds gestreden zijn, Veel kruys en leeds geleden zijn, Daar moeten heyl'ge zeden zijn, Een naüwen weg betreden zijn, En veel Gebeds gebeden zijn, Zoolang wij hier beneden zijn, Zoo zal 't hierna in vreden zijn.

Camphuysen.

Hier moet gheleden sijn, Hier moet ghestreden sijn, Hier moet ghebeden sijn, Willen wy namaels in vreden sijn.

vadcoogh's Reghel der Duyische Schoolmeesters.

Sluiten