Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. W. R.

Jt Zij hoe, 't zij waar de mensch zijn leven end', Het Hoe of Waar en geeft heil noch ellend'; De Dood is goed of kwaad tot aller tijd, Na dat hij goed of kwaad is die ze lijdt.

Camphuysen.

67. Air.

'•Droom is 't leven, anders niet; 't Glijt voorby gelijk een vliet, Die langs steyle boorden schiet, Zonder ooyt te keeren. d'Arme mensch vergaapt sijn tijt, Aan het schoon der ydelheyd, Maar een schaduw die hem vlijt; Droevig! wie kan 't weeren? d'Oude grijse blijft een kind, Altijd slaap'rig, altijd blind;

Dag en uure,

Waart en duure, Word verguygeit in de wind. Daar mee glijt het leven heen; 't Huys van vel, en vlees, en been Slaat aan 't kraaken;' d'Oogen waaken Met de dood in duysterheên.

Luiken.

68. Eins und Alles.

1. Im Grenzenlosen sich zu finden,

Wird gerA der einzelne verschwinden; Da löst sich aller Ueberdrusz; Start heiszem Wünschen, wildem Wollen, Statt last'gem Fordern, strengem Sollen, Sich aufzugeben, ist Genusz.

Sluiten