Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TABAKS-VERORDENING.

Ten eerste. HOOFDSTUK I. Van aanplant van tabak.

Artikel 1.

(1) De Inlander is vrij om voor eigen rekening en buiten eenige bemoeienis van derden, anders dan tot bijstand in den arbeid, tabak te planten.

(2) Hij, ( die een bedrijf maakt van het planten van tabak op gronden, toebehoorend aan Inlandsche gemeenten in gemeentelijk bezit, aan den Inlander in erfelijk individueel bezit of in agrarischen eigendom, dan wel op gronden, bezeten in eigendom of met recht van opstal, behoeft daartoe eene schriftelijke vergunning van "s Raads voorzitter.

(3) De in het tweede lid van dit artikel bedoelde vergunning, alsmede die, bedoeld in artikel 4 wordt in deze Verordening „aanplantvergunning" genoemd.

(4) Onder het planten van tabak, bedoeld in de eerste twee alinea's van dit artikel, wordt ook verstaan het kweeken van tabakszaailingen.

Artikel 2.

(I) De aanvraag ter verkrijging eener aanplantvergunning, bedoeld in artikel 3 en 4, moet inhouden : <x. naam en woonplaats van den aanvrager; b. aanwijzing van de desa, in welke de zetel van het bedrijf

is of zal worden gevestigd ;

Sluiten