Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. buiten de kringen, waar het Bouwreglement werkt, de gebouwen, opstallen en muren, die dreigen in te storten of ingestort zijn, op aanzegging door of van wege het betrokken Hoofd van plaatselijk 'bestuur, binnen een door dezen bepaalden termijn te herstellen, of af te breken en het ingestorte weg te ruimen;

<ƒ. de op de erven aanwezige putten- van eene zich in hechten staat bevindende omheining, ter hoogte van minstens 0.75 M. te voorzien ;

e. de op de erven of andere gronden staande boomen, die dreigen bij neerstorten eens anders eigendom te beschadigen, op eene aanzegging zooals sub c bedoeld, te vellen.

Artikel 2.

De gebruikers of huurders en, bij ontstentenis van dezen de eigenaren of bezitters van gebouwen, opstallen, erven of andere gronden dan wel hunne gemachtigden zijn verplicht :

a. 1. de erven in behoorlijken, netten en zindelijken staat te

houden, vrij van slecht riekende stoffen, hinderlijk voor de buren;

2. de gebouwen c. q. opstallen en aanhoorigheden benevens de afscheidingen zoomede de bruggen en duikers, welke tot de gebouwen c. q. opstallen of erven leiden, voor zoover op de afdeelingshoofdplaatsen gelegen en van steen opgetrokken, minstens eenmaal 's jaars op door het betrokken Hoofd van plaatselijk bestuur te bepalen tijdstip te doen witten en teren en te zorgen dat de levende heggen behoorlijk gesnoeid worden ;

b. buiten de kringen waar het Bouwreglement werkt te zorgen voor een behoorlijke afwatering van regen- en grondwater, zoomede dat de leidingen, goten, riolen of slooten op of langs de erven of andere gronden niet verstopt raken en dat daaruit en uit mestvaalten geen water of vochtige bestanddeelen op den openbaren weg komen;

c. de op naburige erven of andere gronden overhangende takken van boomen af te hakken, wanneer zulks door den

Sluiten