Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit deze analyses blijkt:

i°. Het verschil in gehalte van Succirubra-zaailingen; die van Kawah Tjiwidei bevatten veel meer alcaloide, met meer kinine, dan die van Tjibitoeng.

2°. Dat te Kawah Tjiwidei het cinchonidine-gehalte van den stambast zooveel grooter is dan dat van kinine, wat bij den oogst aldaar ook steeds geconstateerd werd; bij een wortelbast zijn deze verschillen nooit zoo groot. De polarisatie van Succirubra-wortelbast is dan ook altijd hooger dan van den stambast; bij C. Ledgeriana is dit juist omgekeerd.

2°. Dat zoowel bij C. succirubra als bij C. Ledgeriana de dunnere wortels relatief meer kinine bevatten dan de dikkere; doch dat dit verschil bij cinchonidine en ook bij de andere neven-alcaloiden niet zoo groot is.

Ook bij enten van andere gewassen heeft men geconstateerd, dat de bestanddeelen van den onderstam niet overgaan op den bovenstam. Bij vruchtboomen o. a. ondervinden de kwaliteit en de smaak der vruchten, die beide af hankelijk zijn van de samenstelling, nooit eenig nadeel van een wilden onderstam.

Prof. Went zegt in zijne verhandeling „Voortplanting" in v. Gorkom's Oost-Indische Cultures, pag. 251, dat herhaaldelijk de bewering geuit is, dat eigenschappen van den moederstam op de entloot overgaan of omgekeerd, maar waar een nauwkeurig onderzoek van de beschreven gevallen mogelijk was, gaf dit het resultaat, dat men zich in zijn conclusies vergist had. Enkele geconstateerde gevallen zijn terug te brengen tot ziekteverschijnselen, zoodat dit slechts schijnbare uitzonderingen zijn, evenals de z.g.n. entbastaarden, die o. a. bij den Gouden Regen en den Purperen Regen zijn waargenomen.

Uit het bovenstaande mogen wij dus afleiden, dat het nadeel, aan een Ledgerenten-aanplant verbonden, zich alleen bepaalt tot het mindere kinine-gehalte van den Succirubra-wortelbast; kan men daarvoor echter een Ledgerhybride-onderstam bezigen, dan verdwijnt ook dit nadeel bijna geheel.

Sluiten