Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beid van Groen van Prinsterer, den vader van He a.-». en c.-h. partij en straks van dia 6f <3.-hi" pjajtij, vinde be¬

doelde polemiek hier plaats. Fabius dan schreef:

„De Nederlander" schreef 9 Maart UL, dat Dr. Kuyper den nadruk heeft gelegd op da „Calvinistische beginselen", steunt op „Gereformeerde gezindheid van zijn volgers", maar Groen van Prinsterer „op een ander standpunt stond, n.1. op dat van het Réveil" enz.

Is deze voorstelling aangaande Groen van Prinsterer juist?

Reeds heb ik in „Voortvaren", 2de dr., blz. 146/47 en iblz. 197 en volgg., tal van uitspraken van Groen van Prinsterer aangehaald, welke deze voorstelling en tegenstelling wraken.

Voor hem is de Republiek der Vareenigda Nederlande» ontstaan uit de belijdenis der Gereformeerde Kerk; geldt voor Nederland: nous sommes issus de l'a Genève; is de Calvinistische en Protestantsche rigtimg... in elk hachelijk tijdsgewricht, de steun van Kerk en Vaderland geweest.

Ook moeten, schrijft Groen, onze Fransche galoofsgenooten b edeaken:

In de Calvinistische Reformatie naar de Heibga Schrift... ligt oorsprong en waarborg der zegeningen, waarvan 1789 de bedriegelijke belofte en da jammerlqke caricatuur bhjft.

Groen! onderschreef met nadruk da voorstalling van „Da Standaard", dat hij het Luthersche karakter van Stahl — dus op staatkundig terrein — had vervangen door de type, die het Christendom in de Gereformeerde landen bad: aangenomen, vooral door den Reveil, en dat Groen, sedert de invloed van den onkerkelijken Reveil afnam, en het Gereformeerde beginsel veld won, ons niet in verlegenheid liet; dat wij de „meer kerkelijke richting" hebben ta volgen, die in Gereformeerde landen „geen andere dan een beslist Gereformeerde" kan zijn.

Groen van Prinsterer nam aan, dat hij voor Stahl . te zeer in gereformeerde en puriteinsche rigting (zou) zijn geweest".

Nog in 1875 haalde Groen met vette letter een uitspraak van „De Standaard" aan, die hij „met ingenomenheid beaamde":

Ons volk moet weten, dat, herleeft ons Christelijk beginsel in de Natie, er, naar eisch van den Gereformeerden volksaard, ook een practische toepassing in uitbreiding onzer . volksvrijheden volgen zal enz.

Sluiten