Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1871 erkende Groen met den hoogjeeraar Brum meikamp steeds het steunpunt gezocht te hebben

in de Protestantsche Gereformeerde, Calvinistische eigenaardigheid van het Nederlandsche volk.

Evenals hij in 1875 omtrent Dr. Kuyper, en waarlijk; niet met zekere afkeuring, erkent, dat diens

groote kracht ligt in dat gedeelte der Natie, hetwelk in verband met onze volkshistorie, aan het geloof der Gereformeerde Kerk, aan het Calvinisme gehecht is.

Herhaaldelijk heeft Groen van Prinsterer met bijzondere instemming vermeld Wormser's uitspraak aangaande den Réveil:

ik moet erkennen, dat de glans der tegenwoordige opgewektheid, zoo zij bij hare Christelijke rigting niet tevens een kerkelijk karakter aanneemt, niet in staat is voor mij de donkerheid te bedekken van de toekomst, die Kerk en Christendom beiden in ons vaderland; ook door haar tegemoet gaan.

Een gevaar voor Kerk en Christendom door dan Réveil.

En drong Wormser steeds aan op het onverbloemd zich stellen op gereformeerd standpunt voor het gansche leven, daarbij verzekerd van Groen's volledige instemming — ook vindt men in een brief van dezen, d.d. 2 Sept. 1857, handelende over het oprichten van een pers-orgaan, na het wegvallen van „De Nederlander":

Ook beaêm ik volkomen': de Gereformeerde belijdenis in top, ïn den geest van „De Nederlander", tegen de ethischirenische rigting van 1856 en 1857.

En betreurt Groen, dat de onkerkelijke richting in de halfjaarlijksche bijeenkomsten der „Christelijke vrienden" te Amsterdam richtsnoer was, ook geeft hg aan, dat juist de grondslag verkeerd was. Blijkens wat hij schrijft:

Bijeenkomsten van Christelijke vrienden. Niet, zooals wensen el ijk scheen, van leden der Hervormde Kerk in of buiten het kerkgenootschap. Met vrijen toegang voor Protestantsche geestverwanten.

Is het te veel gezegd, wanneer men zich bevreemd verklaart, dat „De Nederlander" van dit alles, dat nog met tal fvari luitspraken van Groen van Prinsterer in denzelfden geest ware te vermeerderen, niets schijnt te weten?

Sluiten