Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nadat „De Nederlander" dit geheele .betoog geciteerd heeft, komt de redactie met haar oui juiste opmerkingen.1)

„De Nederlander" wist van dat alles wèl iets, en beaamt zelfs alles wat daarin staat.

Maar wij hebben het niet over het „onkerkelijke" van het Réveil, noch over de vraag of Groen erkende, dat het Nederlandsche volk, zich „naar zijnen aard" in een andera richting bewogen heeft dan b.v. het Duitsche. Dit laatste feit hebben wq dan ook nimmer ontkend, daargelaten of die ontwikkeling van ons volk speciaal aan den invloed van Calvgn te danken is, dan wel aan allerlei andere factoren. Dit is eene historische quaestie, die intnsschen niet met behulp van allerlei vooropgezette meeningen kan worden beantwoord.

Wij hebben het alleen over de vraag, of die tegenstelling, Gereformeerd eeneraijds, dus anderzijds met-Gereformeerd, te pas komt bij onze partijvorming, die haar aanvang genomen heeft met Groen van Prinsterer.

Dat nu ontkennen wij. t

Groen heeft tegenover de Revolutie niet gesteld het Calvinisme, maar het Evangelie. Hg bedoelde daarmee blijkbaar niet een grenshjn, die op kerkelijk gebied nog haar heteekenis heeft, die dat ook op staatkundig gebied had ten tijde van da Reformatie, speciaal ten tjjde van de Dordtsche Synode tot aan het einde der Republiek, maar die voor onzen tjjd niet past, omdat wij thans voor gansch andere vraagstukken staan.

Wq zullen daarom des Hoogleeraars citaten nog wat aanvullen, 't geen hem opnieuw zal toonen, dat hrj, ook al verschilt men van hem in zijn opvatting over Groen, toch niet op dien grond behoeft te onderstellen, dat „men niets van Groen schijnt te weten".

In een zijner laatste werken, „Maurice et Barnevelt", (1875), dus toen hij reeds aan Dr. Kuyper zijn veldheerstaf overgedragen [had, schrijft Groen, naar aanleiding van zjjn strijd, o.a. met Dr. Kuyper, over 't standbeeld voor Barnevelt, bl. CLV: „Wat de godsdienstquaestie aangaat, de Christelijke Kerk, de Gereformeerde Kerk, het Calvinisme zonder twijfel; de rechtvaardiging door het geloof alleen; door de souvereiina Genade Gods; maar zonder de instemming ta vorderen met eene formule, die, in onze dagen, in plaats van hen ta vereenigen, de Gereformeerde Christenen verdeelt. „Homogeen zjjn we; doch niet in alles. Verschilpunten zijn van weêrskonten wel niet geaccentueerd, maar evenndn verbloemd.

*) Nederlander 25 Mei 1918, no. 7544.

Sluiten