Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

historiechen zin, in een tijd toen de protestantsche kerken versteend waren, deed hen voorbijzien, vooreerst dat de slavernij in Israël geenszins, zooals elders, een1 ontkenning was van alle menschenrecht; anderzijds, dat da slavernij in Israël een historisch verschijnsel was, 't welk met de ontwikkeling der wereldsche toestanden mocht en moest verdwijnen. Die zoogenaamd objectieve Christenen zagen, evenals de Farizeeën, te veel naar het uiterlpe, niat naar het innerlpca; zij meenden dus het uitwendige, ook als het vergaan was of zijn beteekenis verloren had, te moeten handhaven, en, hoewel te goeder trouw dwalende, hebben zij zoo doenda het CMstendom' zelf geschaad; gelijk de Farizaeën, de „preciesen" uit dien tijd, door „vast te houden aan het uiterlijke gebod" zonder de inwendige beteekenis daarvan te verstaan, Jezus, die hun deza beteekenis aan het verstand wilde brengen, hebban gekruisigd".

Maar „De Rotterdammer" is er nog niet Het blad tracht nog meer bewijzen voor z'n stellingen hij te brengen:

„Dit subjectief élement in da christel^JustoBBcha politiek openbaart zich over heel da linie. Het komt uit in de wijze, waarop zij binnen haar grenzen ruimte biedt aan zóó principieel verschillende groepen als dia van Dr. DeVisser emerzjjds en Dr. Schokking anderzijds. Het komt uit in de losheid van den band tusschen haar Kamerleden onderling. In haar tegenzin tegen een Program van Actie en het binden van de Kamerleden daaraan. In de onmogelijkheid om haar leden ta organiseeren, die veelal enkel met een aanbeveling van een geliefd predikant zijn mee te krijgen, maar voor geen objectieve politieke leuze toegankelijk zijn. Het komt uit in de positie, die men in het onderwijsvraagstuk inneemt, waar da anti-revolutionairen warm loepen voor de objectieve gedachte van het vrije onderwijs,, terwijl de <*ristedrjk^istarischen voor dia gedachte minder voelen, als ar maar voor elk ouder gelegenheild is Christelijk onderwijs te krijgen voor zijn kinderen. Men ziet het in de veel mindere neiging om scherp de grens te trekken naar de zijde van andere partgen en den tegenzin tegen politieke „Scharfmacherei". Heel de betoogtrant in het politiek debat kenmerkt het, kortom, het is een algemeen verschijnsel, dat zich hier met op absolute, maar wel op ünivarseela wijze openbaart".

„De Nederlander" (merkt daarentegen op:

„Dr. D e Visser en Dr. Schokkfng vinden beiden in haar midden plaats; zou het A.-R. program van beginselen een van beiden Uitsluiten? Verder: losheid van den bland der leden onderling; is die niet precies dezelfde als die tasschen de A.-R.? Immers houdt ook de C.-H. club zich aan wat de partij als zoodanig besluit, behoudens — hierin verschilt zn wel-

Sluiten