Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Democratie en maatschappij.

De democratie heeft de wereld in onze dagen in rep en roer gebracht, heeft aan de overzijde van onze grenzen alles onderstboven gekeerd, heeft ook bij ons maatschappij en staat aan den rand van den afgrond gebracht. En nu heeft wel Gods goedheid de betere gedachten in ons volk plotseling de overhand doen krijgen, het volk doen opstaan tegen de uiterste consequenties der democratie, maar het enkele feit, dat bij het bezweren der revolutie de formule van „snelle doorvoering van groote sociale hervormingen" een zeer groote rol gespeeld heeft, bewijst wel, dat, hoewel God ons getoond heeft, waarheen we bezig waren te gaan, we daarvoor de oogen opnieuw willen sluiten en de gevaren der democratie niet willen zien, althans niet willen erkennen. En daarom moet het duidelijk gezegd, dat een volk nooit gered wordt mét sociale beloften en sociale hervormingen, maar slechts door in practisch leven omgezette goede beginselen.

Welnu, goede x beginselen' eischen naar mijn opvatting, gelijk overvloedig is gebleken, dat geheel onze samenleving los worde gemaakt èn van de eigenlijke democratie, die anarchie is, èn van de democratie "als parlementarisme, èn — heel noodzakelijk — van de democratie als demophilie. Maar ik ga verder en meen als eisch te mogen stellen, natuurlijk niet, dat de maatschappij van den staat worde losgemaakt, maar dat de tweeheid van maatschappij en staat worde erkend en dat de vermenging van beider functiën een einde neme.

In de in dezen zin bevrijde maatschappij wensch ik in de eerste plaats te zien een zoo groot mogelijken stand van krachtige ondernemers. Niet het staatsgezag is de geroepene om te ondernemen, niet de staatsmachine is het, die het ondernemen bij machte is goed te volvoeren. Hier ligt een taak voor de maatschappij, een taak voor het volk. Ik moet hierop later, als ik in het bijzonder over den staat spreek, nog terugkomen, maar bezie de zaak thans van het standpunt van de maatschappij. En dan stel ik op den voorgrond, dat, gelijk het maatschappijleven in het algemeen vrijheid eischt, het bedrijfs-, althans het ondernemingsleven — want dat is nog iets anders — de vrijheid in heel bijzondere mate opvordert. Maar het staatsgezag is geen vrijheid, doch juist het omgekeerde: dwang.

Uit mijn onderscheiding tusschen bedrijf en onderneming wordt al eenigszins duidelijk, dat ik het staatsgezag niet beletten wil, recht te trekken wat krom is in de technische organisatie der ondernemers, dus in de bedrijven, maar dat ik het ondernemen zelf zoo vrij mogelijk wil hebben. Goede beginselen van maatschappijleer eischen m. L, dat door het staatsgezag geen enkel ondernemihgsterrein aan

Sluiten