Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hoogste waarde toekent aan de geestelijke goederen, in het bijzonder aan vrijheid en recht. Een volk, dat liever dan in een welvarend land, waarin dwang en onrecht heerschen, leeft in een land van minder welvaart, maar waarin de geestelijke goederen in eere zijn. Een volk, dat de waardij van het gezag als Qods dienaar kent en erkent en den zedelijken moed heeft, niet alleen een sterk gezag te verlangen en van de regeering krachtige gezagshandhaving te

eischen, maar ook welbewust zich te stellen onder dat gezag,

welbewust aan dat gezag te gehoorzamen. Een volk dus ook, dat ge — en ik zeg dit met het oog op de gebeurtenissen van onzen tijd — zoudt smaden door het tot eerbiediging en verdediging van het gezag op te roepen onder de belofte van sociale hervormingen! Een hoogstaand, een Godvreezend volk heeft slechts één allesbeheerschend motief om te gehoorzamen: het gehoorzaamt om Gods wil.

Zulk een welbewust volk heeft er recht op, door een krachtige volksvertegenwoordiging bfj haar sterke overheid vertegenwoordigd te zijn, ten einde door die berrriddeKng te kunnen opkomen voor zijn geestelijke goederen als vrijheid en recht en wat niet al, maar ook te' kunnen waken voor zijn materieele belangen. Zulk een krachtig parlement moet weigeren om, onder prijsgeving van haar hooge taak, ten believe van zijn kiezers allerlei materieele voordeden voor deze te vragen op kosten vin de staatskas. Het moet weigeren, de regeering in haar arbeid te belemmeren door te worden wat Chamberlain noemde een „Schwatzbude", welker ttjdroovend gepraat de machthebbers moeten bijwonen. Het moet integendeel volstaan met te handelen over de groote lijnen van regeeringsbeleid, in zoo kort mogelijke vergaderingen en zittingen. Het moet weigeren, mede te regeeren, maar moet, het regeeren latende voor de volle verantwoordelijkheid van de overhdd, haar kracht uitshii-> tend zoeken in haar vertegenwoordigende taak. Het moet weigeren, de regeering te dringen in de richting van altijd meer regelen en wetten, maar pal staan, niet alleen voor recht, maar ook voor vrijheid.

Besluit.

Hiermede ben ik gekomen aan het einde van de taak, die ik op mij genomen had. Ik hoop bereikt te hebben, waarnaar ik heb gestreefd: katai en zakelijk, shie ira ac studio, uiteen te zetten, waarom ik de democratie in eigenlijken zin afkeur en den naam democraat meen te moeten wdgeren, en hoe ik mij voorstel, dat in de nu ontwrichte maatschappij en den nu verstoorden staat het kwaad kan worden gestuit. Laat me — met het oog op de indeeling,

Sluiten