Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1916 20°/o hooger dan in 1913. Er zij op gewezen, dat de hoogere voedselrantsoenen in Beieren alleen voor kinderen tot den zevenjarigen leeftijd gelden en dat vanaf dezen leeftijd de curve van de voedselbehoefte die der officieel toegestane rantsoenen snijdt, doordat de laatste belangrijk beneden de eerste blijven, terwijl zij tot het zevende levensjaar rijkelijk voldoende zijn om in de behoefte te voorzien."

Inzake de tuberculose in verband met den oorlog werd hierboven reeds het een en ander opgemerkt. Omtrent deze kwestie liet Prof. Dr. Weber, chef van den gemeentelijken geneeskundigen dienst van Berlijn, zich als volgt uit:

„Welke zijn nu de oorzaken der verhoogde tuberculosesterfte? Daar de vermeerdering zich over alle leeftijden, de eerste kinderjaren misschien uitgezonderd, uitstrekt, moet er een gemeenschappelijke oorzaak voor alle leeftijden aanwezig zijn; het is de onvoldoende voeding, waardoor het weerstandsvermogen van het organisme vermindert. Daarbij komt de ontoereikende kolenaanvoer, die vooral tijdens den strengen winter 1916/17 een nijpend tekort tengevolge had. Daardoor deed zich, als uitvloeisel van de door de koude verhoogde stofwisseling, het 'gebrek aan voedingsmiddelen nog scherper gevoelen en werden bovendien de verkoudheid en daarmee verband houdende ziekten in de hand gewerkt. Bij den voor arbeid geschikten leeftijd speelt ook het zwaardere en ongewone werk een belangrijke rol, en dergelijk werk is door velen verricht, die in vredestijd nog niet of niet meer werkten: jeugdige menschen en oude, vooral vrouwen. De plaatsen der te velde staande mannen moeten worden aangevuld en bovendien worden velen door de hooge loonen aangelokt; zij werken ondanks zwakte en ziekte tot zij ineenstorten en opgenomen in het ziekenhuis verlaten zij dit, tegen medisch advies in, voor zij geheel hersteld zijn om weer aan het werk te gaan, zoodra zij zich daartoe in staat gevoelen. Voor een verblijf in een herstellingsoord hebben zij tijd noch lust, vooral wanneer de verpleging in die inrichtingen te wenschen overlaat. Ook de financieele ondersteuning der vrouwen van militairen en de particuliere weldadigheid houden menige vrouw van een verblijf in een ziekeninrichting af. Kommer en zorg, die in de meeste gezinnen hun intrede • hebben gedaan, dragen er het hunne toe

Sluiten