Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat met den open mond, de opgetrokken neusvleugels en soms zelfs met de opgewipte oorlellen de plotselinge oogopslag gepaard. En ten slotte heeft zich deze beweging ingeburgerd voor alle plotselinge tooneelveranderingen ook in ons geestesleven, dié immers met analoge gemoedsbewegingen als verrassing en verwondering plegen gepaard te gaan. Denk slechts aan de overgangsgevoelentjes.

Zalig zij, die zich blijven verwonderen, die zich immer weer door de feiten laten verrassen, die nooit te oud worden om te leeren. Het zijn de gelukkigste menschen der wereld. Aanhoudend wordt bij hen het ooglid met kracht omhoog geheven, de ooglidspier wint voortdurend aan spanning. En zoo staat bij deze gelukskinderen ten slotte het oog altijd veel verder open dan bij anderen. Van boven valt er voortdurend licht in de hoornhuid, en zoo straalt de oogappel in een wonderen gloed. Zulk een oog noemt de menschentaal een open oog (fig. 9a en 10b) en het is een teeken van een open hart, van een opgewekten en voor alle indrukken ontvankelijken geest. Het Duitsche h e i t e r beteekent oorspronkelijk niets anders dan de schittering van zulke jonge oogen. Het Kaukasische ras heeft deze open oogen sterk ontwikkeld. Vergelijk daarmee b.v. het Mongoolsche ooglid maar eens \j

Wordt echter die spontane belangstelling tot een geschoolde karakterdeugd, heeft de wil m.a.w. dikwijls en lang het ooglid met kracht op moeten heffen, dan heeft hij daarbij aan de kleine ooglidspier geen houvast genoeg gehad en de groote voorhoofdspier ter hulp gegrepen. Want we voelen het zelf als onze oogleden beginnen te ▼allen, dan is het eenig radikale middel de heele voorhoofdspier samentrekken, waarbij we dan van buiten ons voorhoofd met een drie- en viervoudige voor doorploegen. En zoo zijn nu de blijvende liggende dwarsplooien over het

Sluiten