Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Orlando Lassus en, naar ik geloof, ook de meeste Hollandsche liederkomponisten, maar verder ook de Engelsche, Schotsche, Iersche en Skandinavische volksliederen. Als internationale termen kiest Ottmar Rutz zelf:

voor de Italiaansche type : thermasthenisch (warm-zaent)

voor de Fransche type: thermenergisch (warm-hard) voor de Duitsche type: chimastenisch (koel-zacht) in plaats van sanguinisch, cholerisch en flegmatisch, gelijk zijn vader ze gedoopt had. Maar wat er nu ook van het volkskarakter der besproken naties te denken valt of niet, zeer waarschijnlijk lijkt mij, dat deze drie temperatuur-rompstellingen met de overeenkomstige stem inderdaad de pose zijn van de drie genoemde temperamenten.

i°. het fijngevoelig maar vlug en zwak reageerend dus meer passief sanguinisch temperament heeft een warmzachte stem.

2°. het heftige schielijk en sterk reageerend dus meer aktief cholerisch temperament heeft een warmharde stem.

3°. het matiggevoelig, langzaam reageerend maar toch aktief flegmatisch temperament, heeft een koelzwakke stem.

Iedereen, die in zijn omgeving rondziet, kan er aanstonds zelfstandige bewijzen voor ontdekken.

Allerlei kleinere modifikaties der rompstelling moeten nu volgens Rutz deze algemeene houdingen voor elk muziekstuk afzonderlijk nog specializeeren. Zoo wordt bij de eerste type nog vereischt dat men de streek tusschen de heupen en den navel een beetje naar binnen trekt. Blijft die inbuiging dicht bij de heupen, dan wordt de stem nog warmer, gaat de inbuiging meer naar het midden, dan kan natuurlijk de buik niet zoover naar voren komen en wordt de stem koeler.

Sluiten