Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemoedsuitdrukkingen op z*n gelaat, dan is er een sterk praejudicium tegen 's mans onschuld.

Ten laatste de asymmetrie. Bij dit punt moeten wij 't evenwel van wat hooger ophalen. Want de asymmetrie gaat op velerlei oorzaken terug.

Vooreerst heeft Hallervorden bewezen, dat bij iedereen de mimiek eigenlijk min of meer asymmetrisch is. Bij menschen die rechts zijn, teekent de rechtsche gezichtshelft altijd sterker en bij hen die links zijn, juist omgekeerd.

Verder komt b.v. de asymmetrie bijna altijd veel sterker uit, als we een bepaalde spier zeer sterk innerveeren. Ik heb u o.a. een physionomie van Borée (fig. 7 b) getoond, die door eenvoudig een verafgelegen punt te fixeeren den indruk van een vragend gezicht maakte. Nu moet u u zelf bij gelegenheid eens bestudeeren, als u iets dat veraf ligt tamelijk scherp wilt bekijken ; dus ver van den spiegel gaan staan. Uw eene wenkbrauw gaat bijna heelemaal omlaag, maar de andere gaat omhoog, u ziet eigenlijk maar één oog meer, en daarboven wordt juist de helft van het voorhoofd sterk geplooid, welnu, dit is de vaste type van een aandachtige vraag geworden (fig. 18 b).

Een ander voorbeeld van hetzelfde beginsel vinden we in het dreigend optrekken van den éénen hoek der bovenlip. We zagen vroeger, dat het laten zien der tanden op wreedheid wees. Welnu, de kwaadwilligste wreedheid laat alleen de helft der tanden zien. Om met Darwin aan den hoektand te denken, dien de roofdieren uitsteken, daar is natuurlijk niet de minste reden voor (fig. 18 c).

Verder is asymmetrie natuurlijk dikwijls een gevolg van degeneratie : scheeve monden, afwijkende wangplooien aan éénen kant, onafhankelijk dwalende oogassen komt men tegen in elk gekkenhuis.

Maar als de asymmetrie niet uit één dezer oorzaken te

Sluiten