Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen zinnelijk gevoel en hooger gemoedsleven wel niet meer te herhalen om u het onrechtmatige dezer uiterste gevolgtrekking te doen beseffen. Maar in het kontrastprinciep schuilt een kiem van waarheid, die wij zorgvuldig van het aanhangend onkruid moeten zuiveren.

Alle gevoelsrhythme is een slingeren op en neer, tusschen vrees en hoop, tusschen weemoed en troost, tusschen spanning en slinking, tusschen sympathie en afkeer, tusschen hoogmoed enkleinvoeling,m.a.w. altijd tusschen kontrasten.

Dat leert ook elke gezonde gevoelspsychologie uit de eigen introspektie : van Aristoteles over Thomas van Aquuien tot Wilhelm Wundt toe.

Niet allen hebben evenwel begrepen, dat ook in de uitingsbewegingen dezer tegenovergestelde gevoelens hunne kontrasten zoo onmiskenbaar duidelijk aan het licht kwamen.

ZEVENDE HOOFDSTUK

Taalrhythme

De op- en afgaande phasen van ons gemoedsleven komen nu het heerlijkst uit in de rhythmische beweging van het menschelijk taalgeluid. Ook daar hebben we kontrasten van allerlei soort: tusschen hard en zacht, tusschen hoog en laag, tusschen langzaam of lang en snel of kort, tusschen medeklinkergeruisch en klinkerklank. En als het nu waar is, wat wij daar straks voorop hebben gesteld, dat de individueele gemoedsbeweging zich juist door de strikt persoonlijke deinings- en rijzingsvormen van hare golvenstruktuur het scherpst van alle andere analoge gevoelsbewegingen in anderen onderscheidt, dan kon Frederik van Eeden wel eens gelijk gehad hebben, toen hij beweerde dat wij met onze taalsymbolen, hoe wij ze ook kombineeren, toch altijd

Sluiten